Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget

Onderdeel van Verordening Wet inburgering

Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op devolgende wijze: het verzoek om een persoonlijk inburgeringsbudget wordt door de inburgeringsplichtige mondeling bij de gemeente ingediend en toegelicht; na een voorlopige positieve beoordeling van dit verzoek wordt de inburgeraaruitgenodigd een zelfgeschreven uitgewerkt Inburgeringsplan in te dienen; binnen twaalf weken na ontvangst van dit inburgeringsplan wordt een definitief besluit genomen ten aanzien van het PIB. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een(duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. beschikt over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van hetverzorgen van inburgeringsprogramma’s en taalkennisvoorzieningen Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van eentaalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal telaten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding opniveau 1 of 2; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. beschikt over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van hetverzorgen van taalkennisvoorzieningen. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel