**1..** De in hoofdstuk I genoemde instellingen dienen hun instandhoudingssubsidie elk jaar opnieuw aan te vragen. Daartoe wordt hen voor of uiterlijk op 1 januari het betreffende formulier door de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur toegezonden. Met dien verstande dat wanneer het bedoelde formulier om welke reden dan ook niet wordt ontvangen, de verenigingen desondanks gehouden zijn het formulier, verkrijgbaar bij de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur voor of uiterlijk 1 maart van het betreffende jaar bij de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur in te leveren. Met het aanvraagformulier voor instandhoudingssubsidie en jeugd(leden)subsidie moet ook de ledenlijst van de instelling, met als peildatum 1 januari van het betreffende jaar, worden meegezonden. De ledenlijst dient de NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en de geboortedata te bevatten.
**2..** De instandhoudingssubsidie wordt binnen 12 weken na de sluitingsdatum als genoemd in lid 1 van dit artikel aan de betreffende instelling uitbetaald.
**3..** Indien aan het gestelde in lid 1 van dit artikel zonder overleg met de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur van de gemeente Leiden niet is voldaan, vervalt in het betreffende jaar het recht op instandhoudingssubsidie.
**4..** De richtbedragen voor instandshoudingssubidie in de periode 2009 zijn overeenkomstig de bedragen zoals opgenomen in de deelverordening 2007-2008. De richtbedragen voor instandhoudingssubsidies in de periode 2010 tot en met 2011 voor de verschillende werkvormen bedragen:
A. ORKESTEN:
Een jaarlijkse bijdrage van € 987,= voor reguliere volwassenenorkesten, € 1.973,= voor jeugdorkesten en een percentage van € 987,=, berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar, voor projectorkesten.
B. HARMONIE- EN FANFARE, BRASSBANDS EN SHOWKORPSEN
Voor muziekverenigingen een jaarlijkse bijdrage van € 987,=, vermeerderd met een bijdrage van € 14,= per lid. Onder lid wordt verstaan een spelend lid en/of een lid van de bij de muziekvereniging behorende majorettegroep.
C. KOREN
Een jaarlijkse bijdrage van € 880,= voor reguliere koren en een percentage van € 880,=, berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar, voor projectkoren.
D. OPERETTEGEZELSCHAPPEN
Voor operettegezelschap Crescendo een jaarlijkse bijdrage van € 2.005,=.
E. TONEELGEZELSCHAPPEN
Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=.
F. VOLKSDANSVERENIGINGEN
Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=.
G. MAJORETTENVERENIGINGEN
Een basissubsidie van € 346,= per jaar, vermeerderd met € 14,= per lid per jaar.
H.DIVERSE MUZIEKGROEPEN
Een jaarlijkse bijdrage van € 1.093,=.
I. VERNIEUWENDE THEATERGROEPEN
Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=.
J. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST
Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=.
K. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST
Een jaarlijkse bijdrage van € 880,= .
**5..** Voor jeugdleden van instellingen wordt een aanvullende instandhoudingssubsidie beschikbaar gesteld van € 27,= per actief jeugdlid onder de 18 jaar, per jaar. De jeugdsubsidie dient te worden gebruikt voor extra activiteiten ten behoeve van de jeugdleden. De instellingen dienen jaarlijks door middel van een inhoudelijk en financieel verslag verantwoording af te leggen over de besteding van de jeugdsubsidie. Jeugdorkesten in categorie A kunnen geen gebruik maken van de aanvullende instandhoudingssubsidie.
HOOFDSTUK II
Artikel 6:
Bepalingen omtrent aanvraag en toekenning
Onderdeel van Deelverordening Amateurkunst Subsidies 2011-2012