Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 7:

Bepalingen omtrent de aanvraag

Onderdeel van Deelverordening Amateurkunst Subsidies 2011-2012

1.. De in hoofdstuk I genoemde instellingen dienen hun uitvoeringssubsidie elk jaar opnieuw aan te vragen. Hiervoor moet een bij de Afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur van de gemeente Leiden verkrijgbaar aanvraagformulier worden ingevuld, dat uiterlijk 1 maart van het betreffende jaar bij de Afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur van de gemeente Leiden dient te zijn ingeleverd. 2.. De richtbedragen voor de uitvoeringssubsidie gelden voor de periode 2010 en 2011. Als richtbedragen voor de uitvoeringssubsidie welke betrekking hebben op 2009 gelden de bedragen als genoemd in de deelverordening 2007-2008. 3.. Gelijktijdig met het beschikbaar stellen van instandhoudingssubsidie zal jaarlijks een voorschot van 50% op het richtbedrag van de per werkvorm maximaal beschikbare uitvoeringssubsidie beschikbaar worden gesteld. 4.. De uitvoeringssubsidie bedraagt 80% van het tekort van de activiteit(en) waarvoor het wordt toegekend met een richtbedrag van maximaal € 1.679,= per kalenderjaar. Voor vernieuwende theatergroepen geldt een richtbedrag van maximaal € 2.239,= per kalenderjaar. 5.. Het tekort van de activiteit wordt gedefinieerd als het verschil tussen de aan de activiteit gerelateerde opbrengsten (zie artikel 9) en de subsidiabele uitgaven (zie artikel 10). 6.. Een instelling kan voor meer dan één activiteit, dan wel voor meer dan één project een uitvoeringssubsidie aanvragen, maar de totaal te ontvangen uitvoeringssubsidie is nooit meer dan de hiervoor genoemde maximum richtbedragen. 7.. Burgemeester en Wethouders van Leiden kunnen in bijzondere, hieronder te noemen gevallen, het hiervoor genoemde maximum richtbedrag verhogen tot een richtbedrag van maximaal € 2.906,=. in geval van uitvoeringen van oratoriumverenigingen of daaraan gelijk te stellen koren, waarvoor begeleiding door een beroepssymfonie-orkest en beroepssolisten (zangeressen/zangers) onontbeerlijk is; in geval van uitvoeringen van toneelverenigingen, als bedoeld in lid 4e van artikel 6 en van operettegezelschappen, als bedoeld in lid 4d van hetzelfde artikel, waarbij voor de regie een als zodanig geregistreerde beroepsregisseur is aangetrokken; in andere gevallen voor zover het deze verenigingen betreft, afzonderlijk te beoordelen door Burgemeester en Wethouders van Leiden, gehoord hebbende de WAK. 8.. Muziekverenigingen die aan een concours of festival deelnemen kunnen een uitvoeringssubsidie aanvragen. Het richtbedrag voor de uitvoeringssubsidie voor deelname aan een concours of festival bedraagt maximaal € 346,=. 9.. Operettegezelschap Crescendo kan voor de jaarlijkse uitvoering voor senioren een extra uitvoeringssubsidie aanvragen. Het richtbedrag voor de maximale subsidie voor deze uitvoering bedraagt € 2906,=. 10.. Bij gebruik van de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk, het Stedelijk Concertgebouw Leiden en/of de Leidse Schouwburg door amateurverenigingen zullen de in dit artikel genoemde richtbedragen, bij wijze van aanvullende subsidie in de kosten van de huur, verhoogd worden met een richtbedrag van maximaal € 774,= op de dag van de uitvoering alsmede maximaal € 774,= op de dag van de generale repetitie (voor zover van toepassing) tot een totaalbedrag van maximaal € 2.322,= per jaar. 11.. Verenigingen die aan een nationaal of internationaal concours deelnemen komen in aanmerking voor een subsidie van maximaal € 533,=. Wanneer tijdens een dergelijk concours een eerder behaalde nationale of internationale titel moet worden verdedigd, bedraagt het te verlenen subsidie maximaal € 1.067,=. 12.. Instellingen die in verband met een jubileum extra activiteiten willen organiseren, kunnen in aanmerking voor een extra jubileum subsidie. Deze subsidie die maximaal € 1.067,= bedraagt, wordt alleen toegekend bij kroonjaren, resp. bij een 25-, 50-, 75- en 100-jarig jubileum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel