Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Inzet van voorzieningen

Onderdeel van Verordening Re-integratie Wet werk en bijstand 2012

1.. Binnen het aanbod van ondersteuning en voorzieningen wordt gekozen voor datgene dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor het doel dat wordt beoogd. 2.. Ondersteuning en voorzieningen worden alleen ingezet, indien zonder die inzet het vinden van arbeid niet mogelijk is. 3.. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 4.. Het college kan een voorziening beëindigen: a.. indien de uitkeringsgerechtigde die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de WWB, respectievelijk artikel 35 en 44 van de IOAW en IOAZ, niet nakomt; b.. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van deze verordening; c.. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; d.. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. 5.. Ten aanzien van de voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling of de ondersteuning bij arbeidsinschakeling stelt het college, met inachtneming van het gestelde in artikel 3, eerste lid, beleidsregels vast. 6.. De in het vijfde lid bedoelde beleidsregels hebben tevens betrekking op het vaststellen van een eigen bijdrage voor, en het in aanmerking nemen van vermogen van de belanghebbende met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm aan wie een voorziening wordt toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel