Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, telkens nadat hij gedurende zes maanden op grond van artikel 10a van de wet additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie indien hij naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces.
Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden niet is nagekomen.
Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel c van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen en over de ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor deze groep door het college afspraken zijn gemaakt met UWV.
Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de participatieplaats door het college onderzocht in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
Het college betrekt bij deze beoordeling in ieder geval:
het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert;
de scholingswens van de belanghebbende.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Premie en scholing participatieplaats
Onderdeel van Verordening Re-integratie Wet werk en bijstand 2012