Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

De hoogte van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB Oostzaan 2006

1.. De hoogte van de maatregel bedraagt bij: categorie 1: 10 % van de bijstandsnorm gedurende 1 maand; categorie 2: 25% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand; categorie 3: 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand. 2.. Als de belanghebbende zich binnen 6 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie, wordt bij een maatregelwaardige gedraging uit: categorie 1: geen verzwaring van de maatregel in hoogte of duur toegepast; categorie 2: de maatregel telkens in hoogte verdubbeld; categorie 3: de maatregel telkens in duur verdubbeld. 3.. Als de belanghebbende na een maatregel op grond van het vorige lid onder c bij voortduring niet meewerkt aan een verplichting als bedoeld in categorie 3, onder a en b, wordt de maatregel blijvend opgelegd voor de duur waarin door de belanghebbende niet aan deze verplichtingen wordt voldaan. 4.. Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5. 5.. Als sprake is van verschillende gedragingen, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de maatregel uitgegaan van de gedraging met de zwaarste maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel