**1..** De hoogte van de maatregel bedraagt bij:
categorie 1: 10 % van de bijstandsnorm gedurende 1 maand;
categorie 2: 25% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand;
categorie 3: 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
**2..** Als de belanghebbende zich binnen 6 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie, wordt bij een maatregelwaardige gedraging uit:
categorie 1: geen verzwaring van de maatregel in hoogte of duur toegepast;
categorie 2: de maatregel telkens in hoogte verdubbeld;
categorie 3: de maatregel telkens in duur verdubbeld.
**3..** Als de belanghebbende na een maatregel op grond van het vorige lid onder c bij voortduring niet meewerkt aan een verplichting als bedoeld in categorie 3, onder a en b, wordt de maatregel blijvend opgelegd voor de duur waarin door de belanghebbende niet aan deze verplichtingen wordt voldaan.
**4..** Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5.
**5..** Als sprake is van verschillende gedragingen, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de maatregel uitgegaan van de gedraging met de zwaarste maatregel.
Hoofdstuk 2
Artikel 8
De hoogte van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB Oostzaan 2006