Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB Oostzaan 2006

Als bij de verlening van algemene of bijzondere bijstand sprake is van een tekortschietend betoond besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan, wordt de hoogte van de bijstand als volgt verlaagd: Met betrekking tot algemene bijstand: bij een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de bestaansvoorziening wordt een maatregel opgelegd gelijk aan de hoogte van het benadelingbedrag; de maatregel in het eerste lid wordt, indien de belanghebbende over een vermogen beschikt, uitgevoerd door de uitkering geheel te weigeren, totdat het benadelingbedrag is bereikt; indien geen vermogen (meer) aanwezig is, wordt de bijstandsnorm verlaagd tot 90% van de voor de belanghebbende vastgestelde of vast te stellen bijstandsnorm, totdat het benadelingbedrag is bereikt. Artikel 3, tweede lid van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot bijzondere bijstand: bij een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de bestaansvoorziening, waaronder het op verwijtbare wijze niet verkrijgen van een op specifieke kosten gerichte voorliggende voorziening, waardoor behoefte is ontstaan aan het verlenen van bijzondere bijstand, wordt de gevraagde bijzondere bijstand geheel geweigerd bij wijze van maatregel; ingeval sprake is van zeer dringende redenen of klaarblijkelijke hardheid kan de gevraagde bijstand worden verleend in de vorm van een renteloze lening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel