**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college in de
uitoefening van de handel op of aan de weg of een openbaar
water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet met
enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de open
lucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen
of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:
ten aanzien van gedrukte of geschreven stukken waarin
gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, van de Grondwet;
voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
op de plaats die is aangewezen voor het houden van een
op grond van artikel 160, eerste lid, onder h., van de
Gemeentewet ingestelde markt, zulks gedurende de tijden
dat de markt gehouden wordt;
voor zover de artikelen E.2.1 of E.2.3 van toepassing
zijn.
**3..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk
aanzien van de omgeving;
in het belang van de verkeersvrijheid of
veiligheid.
HOOFDSTUK E › Afdeling 2
Artikel E.2.2
Venten e.d.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005