Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK E › Afdeling 2

Artikel E.2.3

Standplaatsen en uitstallingen op de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats: met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben om in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden; anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek. 2.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te laten, te bevorderen of ertoe gelegenheid te geven, dat daar zonder vergunning als bedoeld in het eerste lid standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald. 3.. Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod, geldt niet voor uitstallingen, voor zover deze zo zijn geplaatst dat zij geen gevaar of hinder voor het verkeer kunnen opleveren, en mits deze voldoen aan door het college te stellen nadere regels inhoudende voorschriften die met het plaatsen en geplaatst hebben van uitstallingen in acht dienen te worden genomen. 4.. Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten aanzien van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Alsdan geldt ook het in het tweede lid gestelde verbod niet. 5.. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen: voor het houden van een op grond van artikel 160, eerste lid onder h van de Gemeentewet ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt; voor een evenement als bedoeld in artikel B.2.1; voor het organiseren en houden van een markt als bedoeld in artikel E.2.4. 6.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van de verkeersvrijheid of veiligheid; wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel