Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK E › Afdeling 3

Artikel E.3.1

- Ligplaats

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

1.. Het is verboden met een schip in openbaar water ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een schip beschikbaar te stellen. 2.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet ten aanzien van schepen, niet zijnde woonschepen, op als zodanig door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water. 3.. Het college wijst een of meer gedeelten van het openbaar water aan waar het in het eerste lid bedoelde verbod ten aanzien van woonschepen niet van toepassing is. 4.. Ten aanzien van krachtens het tweede en derde lid aangewezen gedeelten van het openbaar water kan het college: het innemen, hebben en beschikbaar stellen van een ligplaats aan een registratie- en/of vergunningplicht binden; beperkingen stellen ten aanzien van dagen en tijden gedurende welke het is toegestaan een ligplaats in te nemen, te hebben en beschikbaar te stellen alsmede ten aanzien van soort, aantal en afmetingen van schepen; in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente nadere regels stellen. 5.. Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voor zover het Binnenvaartpolitiereglement, het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen of de Wet milieubeheer van toepassing is. 6.. Het college kan ten aanzien van schepen, niet zijnde woonschepen, van het in het eerste lid bedoelde verbod ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel