Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK E › Afdeling 3

Artikel E.3.2

Gebruik openbaar water

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

1.. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp op, in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan openbaar water, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van openbaar water; indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: voorwerpen van geringe afmeting, die voor noodzakelijk gebruik kortstondig op, in of boven openbaar water worden geplaatst en daar geen gevaar of hinder voor het verkeer kunnen opleveren; schepen; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 4.. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 5.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Visserijwet of het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen.

Rechtspraak bij dit artikel