**1..** Met inachtneming van het in het derde en vierde lid bepaalde vindt
aan de school afvloeiing plaats in de volgende volgorde:
eerst de belanghebbende met een tijdelijke
aanstelling, met uitzondering van de tijdelijk
aangestelde ter vervanging;
vervolgens de belanghebbende met een vaste
aanstelling.
**2..** Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de
hiernavolgende volgorde aangehouden:
eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk
te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen
afvloeiing te hebben, waarbij de oudste in leeftijd
het eerst in aanmerking komt;
vervolgens degene die de minste diensttijd heeft,
waarbij in geval van gelijke diensttijd de jongste
in leeftijd het eerst in aanmerking komt.
Artikel 2