Naar hoofdinhoud
1.. Afvloeiing vindt voor de volgende formatiecomponenten afzonderlijk plaats: formatiecomponent A: maatschappelijk deskundige, orthopedagoog/psycholoog, audioloog en medisch specialist; formatiecomponent B: ogopedist/akoepedist, speltherapeut/creatief therapeut, fysiotherapeut en ergotherapeut; formatiecomponent C: psychologischassistent, administratief medewerker en conciërge; formatiecomponent D: technisch assistent en klasseassistent. 2.. Binnen elke formatiecomponent vindt afvloeiing per functie en vervolgens overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 plaats, indien de basis daarvoor is gelegen in het schoolwerkplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel