Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning op grond van
artikel 3 van de wet voor de uitoefening van het horecabedrijf
voorschriften verbinden met betrekking tot het verbod voor het
bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van sterke drank voor
gebruik ter plaatse in inrichtingen welke deel uitmaken van een gebouw
dat –of een onderdeel waarvan- uitsluitend in gebruik is voor:
de verkoop van geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates
frites en kroketten;
het geven van onderwijs;
een jeugdorganisaties of instellingen;
sportorganisaties of instellingen;
een wachtruimte voor passagiers van een openbaar
vervoerbedrijf;
een inrichting gelegen op een kampeer of caravanterrein of een
terrein bestemd voor dagrecreatie;
kerkelijke instellingen of organisaties;
een inrichting waarin de aldaar te houden activiteiten zich mede
richten op personen beneden de leeftijd van 16 jaar.
Hoofdstuk
Artikel 2:
Verbod verstrekking van sterke drank in bepaalde inrichtingen.
Onderdeel van Drank- en Horecaverordening 2002