Naar hoofdinhoud
Aanleiding Integrale visie bedrijventerreinen De provincie Overijssel heeft in de Omgevingsvisie nieuw beleid geformuleerd ten aanzien de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. Hierin is sprake van een versterkte inzet op de herstructurering van verouderde terreinen en een zorgvuldige planning en programmering van eventuele nieuwe terreinen. Om de doelstellingen uit de Omgevingsvisie te verwezenlijken heeft de provincie een samenhangende aanpak bepaald voor de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. Het beleid betekent enerzijds een ruimtelijke beleidsintensivering en anderzijds het stimuleren van herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. De laatste inzet wordt ondersteund met nieuwe provinciale instrumenten, zoals de Herstructureringsmaatschappij bedrijventerreinen Overijssel, het Kwaliteitsscoresysteem bedrijventerreinen en de wijziging van het Uitvoeringsbesluit subsidies voor herstructurering van bedrijventerreinen. Voor de provincie is uitgangspunt dat gemeenten hun wensen voor de huisvesting van bedrijven vastleggen door middel van een op te stellen Paragraaf Bedrijventerreinen in de gemeentelijke structuurvisie dan wel een afzonderlijke bedrijventerreinenvisie. Bedrijventerreinparagraaf/-visie De provinciale sturingsfilosofie voor bedrijventerreinen is opgenomen in de Omgevingsvisie. Het uitgangspunt is dat de provincie restrictief beleid voert ten aanzien van de ontwikkeling van nieuwe terreinen, tenzij de gemeente kan aantonen dat ontwikkeling van nieuwe terreinen noodzakelijk is. Hiertoe is de bedrijventerreinparagraaf ontwikkeld. Voor provinciale medewerking aan een herstructureringsproject of aan een nieuwe bedrijvenlocatie is die samenhangende gemeentelijke visie noodzakelijk. De samenhang in beleid tussen de herstructurering van bestaande en ontwikkeling van nieuwe bedrijfslocaties is door de gemeenten daarin aangetoond. Een en ander uitdrukkelijk bezien in het licht van een reële behoefteraming, inzet op herstructurering, regionale afstemming en ruimtelijke kwaliteit. Deze beleidsvisie moet blijken uit de op te stellen Paragraaf Bedrijventerreinen. Het woord paragraaf is gebruikt, omdat het onderwerp bedrijventerreinen in de gemeentelijke structuurvisie aan de orde zal komen. Het mag ook een ander document zijn, mits het een soortgelijke status heeft als de bedoelde paragraaf: dat wil zeggen een door de gemeenteraad vastgesteld, onderbouwd beleidsdocument. Tubbergen heeft er voor gekozen om een aparte “Integrale ontwikkelingsvisie bedrijventerreinen” op te stellen. Voor alle gemeenten in Overijssel geldt dat lokale bedrijvigheid zich binnen de eigen gemeente moet kunnen ontwikkelen. Deze ontwikkeling vindt plaats binnen de beleidskaders die op landelijk, provinciaal en regionaal niveau gelden. Bij het opstellen van deze visie is enerzijds afstemming gezocht met reeds vastgestelde gemeentelijke beleidsdocumenten, anderzijds levert deze visie input voor nog in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten (o.a. structuurvisie Tubbergen). Daarnaast is de visie tot stand gekomen in nauw overleg met het betrokken bedrijfsleven, zoals de KvK, MKB Nederland en de lokale ondernemersverenigingen. Daarnaast heeft er afstemming plaatsgevonden met de buurgemeenten, Almelo, Borne, Dinkelland en Twenterand. Met de nu voorliggende ‘Integrale ontwikkelingsvisie bedrijventerreinen’ geeft de gemeente Tubbergen een onderbouwing van de door haar gewenste ontwikkelingen met betrekking tot bedrijventerreinen en de randvoorwaarden die nodig zijn om deze ontwikkelingen te realiseren. Via een analyse van het huidig ruimtelijk-economisch profiel en een weergave van de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van bedrijventerreinen is een concreet actieprogramma geformuleerd. Ruimtelijk-economisch profiel Bij de werkgelegenheidsontwikkeling (niet-agrarische bedrijven) van de drie grote kernen valt op dat Albergen (23%) en Tubbergen (21%) over de periode 1999-2008 een ontwikkeling kent boven het gemeentelijk gemiddelde (14,4%) en Geesteren daaronder (5,2%). De werkgelegenheid en bedrijfsvestigingen in relatie tot de inwonersaantallen zijn de kernen Albergen, Geesteren en Tubbergen in balans. Voor wat betreft de opbouw van de werkgelegenheid kent Tubbergen een relatief groot aandeel in de sector bouw, reparatie en handel en een teruglopend aandeel in de landbouw. In tabel 1.1 is een overzicht opgenomen van getallen/percentages in vergelijking met het Overijsselse gemiddelde. Tabel 1.1 Overijssel Tubbergen Agrarische sector 31553 27083 2086 1567 Industrie en nutsbedrijven 95069 86554 874 737 Bouw - arbeidsplaatsen 41274 43564 2020 1760 Handel en reparatie 87223 99879 1337 1632 Horeca - arbeidsplaatsen 19523 21885 575 731 Transport en communicatie 27030 28031 228 164 Bank- en verzekeringswezen 11760 11062 198 131 Zakelijke dienstverlening 45279 58734 249 477 Overheid en onderwijs 53814 62362 312 391 Gezondheids- en welzijnszorg - arbeidsplaatsen 59333 79790 269 609 Overige dienstverlening 15318 18486 118 218 TOTAAL 487176 537430 8266 8417 In Albergen is al jaren geen kavel meer uitgegeven en is de concrete behoefteraming op basis van de gegadigdenlijst 5,5 ha. In Geesteren kan in Lutkeberg V nog ± 2 ha netto terrein worden uitgegeven terwijl daar de behoefte op basis van de gegadigdenlijst nog ± 2 ha is. In Tubbergen is de vraag nog ± 5,3 ha terwijl er nog 2,5 ter stond uitgeefbaar is. Voor Tubbergen dient opgemerkt te worden dat er weliswaar een concrete vraag is maar dat er nauwelijks kavels worden uitgegeven en er uitgeefbaar terrein aanwezig is. De reden hiervoor is dat binnen de kern Tubbergen langjarig uitgeefbaar bedrijventerrein voor handen is geweest en daardoor de druk op deze kern minder groot is. De gemeente is geen eigenaar van het terrein en heeft dan ook geen verdere rol in de uitgifte van het terrein. De uitgifte van het vervolgplan Heerenbrinck zal ter hand worden genomen op het moment dat 90 % van het terrein De Haar V is bebouwd. Voor met name Albergen en Geesteren moeten nog de RO procedures verder worden doorlopen dan wel gestart. Door deze procedurele omstandigheden is de kaveluitgifte in met name Albergen al langjarig gestagneerd. Daar zal nog een inhaalslag moeten worden gemaakt. In Geesteren is in 2009 nagenoeg het hele plan Lutkeberg IV uitgegeven, waardoor de druk in Geesteren sterk is verminderd. Via de Structuurvisie Tubbergen zal een verdere ruimtelijke vertaling van deze behoefte binnen de verschillende kernen worden gegeven. De genoemde raming is op basis van de historische uitgifte. Reden temeer om de behoefte periodiek te blijven monitoren, waarbij ook de eventuele behoefte vanuit de verzorgingsgebieden op de betreffende kernen dient te worden meegenomen. Bij de afweging of en wanneer op basis van de behoefteramingen nieuwe bedrijventerreinen dienen te worden aangelegd, dient eventuele ruimtewinst via zorgvuldig ruimtegebruik te worden meegenomen. Beeldkwaliteit (kwalitatief) Bij de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen zal veel aandacht worden besteed aan aspecten rondom de inrichting (ruimtegebruik, openbare ruimte, beeldkwaliteit, parkeren, etc) en onderlinge samenwerking (gezamenlijke inkoop, voorzieningen, parkmanagement). Deze aspecten zullen voornamelijk via het opstellen van beeldkwaliteitsplannen per (nieuw) bedrijventerrein gewaarborgd moeten worden. Aan elk nieuw bestemmingsplan dient onlosmakelijk dan ook een beeldkwaliteitsplan te zijn gekoppeld. Hierbij zal rekening worden gehouden met de doelstellingen van de Omgevingsvisie inzake ruimtelijke kwaliteit en bescherming van het Nationale Landschap. Doelstellingen Na de ruimtelijk-economische analyse, de onderbouwing van de kwantitatieve behoefte en de wens aandacht te besteden aan aspecten rondom duurzaamheid en (beeld)kwaliteit zijn de navolgende doelstellingen geformuleerd; Uitbreiding van de reguliere bedrijventerreinen vindt plaats in Albergen, Geesteren en Tubbergen Streven naar profielversterkende bedrijvigheid, met name in Albergen en Tubbergen (passende bedrijvigheid) In de overige kernen blijft de mogelijkheid bestaan voor een uitbreiding van de plaatselijk gevestigde bedrijven waarbij sprake zal zijn van lokaal maatwerk Voor elk nieuw op te stellen bestemmingsplan voor een bedrijventerrein tevens een beeldkwaliteitsplan opstellen Tijdig en flexibel beschikbaar hebben van voldoende uitgeefbaar terrein Realiseren van duurzame bedrijventerreinen met aandacht voor overgangszones naar andere functies Actieprogramma Deze hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt en vertaald naar een concreet maatregelenprogramma; Planologische procedures Lutkeberg V en vervolgplan Zuid Esch II opstarten (1ste kwartaal 2010). Heerenbrinck fase I planologisch oppakken op het moment dat De Haar V voor 90% is bebouwd. Het kwaliteitsniveau van (de overige) bestaande bedrijventerreinen dient doorlopend geïnventariseerd en periodiek gerapporteerd te worden. Hiervoor dient een globaal toetsingskader te worden opgesteld rekening houdend met de welstandcriteria uit de Welstandsnota. Hieraan gekoppeld wordt een onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheden van (een vorm van) parkmanagement op de betreffende terreinen. Bij nieuwe bedrijventerreinen opstellen van beeldkwaliteitsplannen gekoppeld aan het bestemmingsplan. Hierbij zal rekening worden gehouden met de doelstellingen van de Omgevingsvisie inzake ruimtelijke kwaliteit en bescherming van het Nationale Landschap. Actualiseren grondverkoopvoorwaarden 2010 Ruimte voor niet agrarische bedrijvigheid in het Buitengebied op basis van de Pilot niet agrarische bedrijven gebaseerd op de ruimtelijke gebiedskenmerken Ruimte voor niet agrarische bedrijvigheid in Vrijkomende of vrijgekomen agrarische gebouwen op basis van het VAB-beleid Via het uitvoeren van dit maatregelenprogramma wordt invulling gegeven aan de beleidsvoornemens met als kernpunten het constant beschikbaar hebben van voldoende bedrijventerreinen, (mede) te realiseren door voldoende aandacht voor aspecten rondom duurzaamheid en beeldkwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel