De gemeente Tubbergen opereert op economisch gebied niet in een vacuüm. Zowel op Europees, nationaal, provinciaal als regionaal niveau kunnen er beleidskaders worden onderscheiden die mede bepalend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Tubbergen. Daarnaast zijn er op gemeentelijk niveau ook bestaande beleidsnota’s die raakvlakken hebben met het thema economie.
In deze paragraaf zullen we kort stil staan bij de belangrijkste beleidskaders die voor de bedrijventerreinvisie van Tubbergen relevant zijn. Daarbij maken we een onderscheid naar het schaalniveau waarop deze betrekking hebben. We beginnen daarbij met het hoogste schaalniveau – het Europees beleid – waarna we in ‘aflopende schaal’ kort de belangrijkste nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders behandelen.
2.1 Europese Unie
De Europese Unie kan voor Tubbergen van belang zijn als mogelijke subsidiebron voor economische stimuleringsprojecten. De regio Twente is namelijk (deels) aangemerkt als zogenaamde Doelstelling-2 regio. Dit betekent dat er voor projecten mogelijk een beroep gedaan kan worden op gelden uit de regionale Europese Structuurfondsprogramma’s.
2.2 Rijk
Door het Rijk worden de brede kaders vastgesteld die vervolgens door de provincies en gemeenten verder kunnen worden ingevuld. Binnen deze nationale beleidskaders is met name de Nota Ruimte van belang. De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen. Het kabinet gaat daarbij uit van een dynamisch, op ontwikkeling gericht ruimtelijk beleid en een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en decentrale overheden. De nota bevat de ruimtelijke bijdrage aan een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk land. De Nota Ruimte is een strategische nota op hoofdlijnen waarin een duidelijk onderscheid is gemaakt tussen rijksverantwoordelijkheden en die van anderen. Deze nota stelt `ruimte voor ontwikkeling` centraal en gaat uit van het motto ´decentraal wat kan, centraal wat moet´. Deze nota ondersteunt gebiedsgerichte, integrale ontwikkeling waarin alle betrokkenen participeren. Het accent verschuift van `toelatingsplanologie´ naar ´ontwikkelingsplanologie´. Hiermee keert het kabinet terug naar de eigenlijke uitgangspunten van het ruimtelijk rijksbeleid. Bij het ontwikkelen van bedrijventerreinen geeft het Rijk aan dat rekening gehouden moet worden met de SER ladder. De SER ladder houdt in dat bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen eerst gekeken moet worden of bestaande bedrijfsruimte benut kan worden, daarna of er door intensivering van de bouw op bestaande terreinen voldaan kan worden aan de ruimtevraag. Als ook dat niet lukt kan er uitbreiding van nieuw aan te leggen terreinen plaats vinden. De SER ladder is verplicht voorgeschreven en opgenomen in de AMvB Ruimte.
Nationale Landschappen
Betrokkenheid van het rijk
Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten. De Nota Ruimte onderscheidt twintig nationale landschappen. Het rijksbelang heeft betrekking op de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van de nationale landschappen. De kernkwaliteiten van de nationale landschappen moeten worden behouden, beheerd en versterkt, en tegelijk moet de toeristisch-recreatieve betekenis van de gebieden toenemen. Ter borging van de rijksbelangen in nationale landschappen bevat dit besluit regels welke bij het opstellen van provinciale verordeningen in acht moeten worden genomen. Deze regels betreffen de bescherming van de kernkwaliteiten en de maximering van het bouwen.
Uitwerking kernkwaliteiten en provinciale regels
De in dit besluit omschreven kernkwaliteiten dienen door het provinciaal bestuur te worden uitgewerkt. De uitwerking moet dusdanig zijn, dat de uitgewerkte kernkwaliteiten sturend kunnen zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen op het niveau van bestemmingsplannen. Provincies dienen in het belang van de instandhouding en versterking van deze uitgewerkte kernkwaliteiten en in het belang van de bundeling van bebouwing in nationale landschappen, regels te stellen ten aanzien van de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen die betrekking hebben op gronden gelegen binnen een nationaal landschap. Het uitgangspunt daarbij is, dat ruimtelijke ontwikkelingen in nationale landschappen mogelijk zijn, mits de uitgewerkte kernkwaliteiten van de nationale landschappen worden behouden of versterkt (‘ja, mits’ principe). Dit brengt met zich, dat alle ontwikkelingen die geen doorslaggevend negatief effect hebben op de uitgewerkte kernkwaliteiten in beginsel zijn toegestaan. Daarbij moet worden opgemerkt, dat niet alleen rode of grijze ontwikkelingen, maar ook groene of blauwe ontwikkelingen een negatief effect kunnen hebben op het behoud of de versterking van de kernkwaliteiten.
Ingevolge het ‘ja, mits’-principe bieden nationale landschappen in beginsel ruimte voor de aanwezige regionale en lokale bedrijvigheid. Maatvoering, schaal en ontwerp zijn echter bepalend voor het behoud van de kernkwaliteiten van het nationaal landschap. Waar grootschalige ingrepen vanwege een groot openbaar belang onvermijdelijk zijn, kunnen, indien aan de voorwaarden in dit besluit is voldaan, gedeputeerde staten een ontheffing verlenen van voornoemd verbod of kan het verbod buiten toepassing worden verklaard. Provincies dienen regels te stellen over de mitigerende en compenserende maatregelen die getroffen moeten worden, wanneer van het verbod wordt afgeweken.
2.3 Provinciaal beleid
Het provinciale beleid op economisch gebied vormt voor de gemeente Tubbergen een zeer belangrijk beleidskader. Het provinciaal Coalitieakkoord 2007-2011 zet in op herstructurering van bedrijventerreinen en het stimuleren van innovatieve bedrijvigheid. In de Provinciale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat gemeenten buiten de stedelijke netwerken onder voorwaarden de groei van de eigen lokaal gewortelde bedrijven mogen faciliteren. Dat zijn bedrijven die hun oorsprong hebben of vinden in de gemeente of kern waar zij gevestigd zijn of zich vestigen én een toegevoegde waarde bieden aan de lokale sociaaleconomische structuur/voorzieningenniveau. In bijzondere, incidentele gevallen kan een bedrijf van buiten zich vestigen. Hierbij zullen aantoonbare specifieke vestigingseisen aan de orde moeten zijn zoals toeleveringsrelaties, infrastructuur en terugdringen mobiliteit. Voor een aantal van deze kernen geldt dat ook de werkgelegenheid op het gebied van recreatie en toerisme belangrijk is.
Voor de leefbaarheid van kleine kernen (dorpen die bestaan uit een concentratie van ten minste vijftig woningen en waarbij in de kern en het daarop georiënteerde omliggende gebied minimaal 500 en maximaal 3.000 mensen wonen) is het belangrijk dat er bedrijven kunnen blijven functioneren. Uitbreiding van bestaande bedrijven en nieuwbouw voor uit de kern voorkomende bedrijvigheid zullen, mits in overeenstemming met de schaal en de omgevingskwaliteiten van de kern, mogelijk zijn. In de kernen kan vestiging van bestaande bedrijven uit het buitengebied of uit omliggende andere kleine kernen plaatsvinden. Veelal is de ruimtevraag voor bedrijvigheid bij kleine kernen beperkt zodat hiervoor geen bedrijventerrein nodig is. Per kern zal, aan de hand van de aantoonbare behoefte, kunnen worden bezien of bedrijventerreinen, al dan niet op voorraad ontwikkeld of uitgebreid, dienen te worden.
In het kader van het Uitvoeringsprogramma/verordening Omgevingsvisie Overijssel dienen gemeenten een bedrijventerreinenvisie op te stellen. Op basis van de provinciale Leidraad moet in ieder geval aandacht besteed worden aan de volgende punten.
2.3.1 Herstructurering
Herstructurering van verouderde bedrijventerreinen is van groot belang voor behoud en verbetering van de kwaliteit van de bedrijventerreinen en het behoud of zelfs waardeontwikkeling van het vastgoed op die terreinen; zicht daarop is van belang voor de investeringsbereidheid van zittende ondernemers. Er ligt een duidelijke relatie met ruimtewinst: zowel directe als indirecte ruimtewinst. Het boeken van directe ruimtewinst is niet een doel op zich bij herstructurering, maar het is wel van belang de mogelijkheden ervoor goed na te gaan. Soms is het uitplaatsen van een bedrijf een voorwaarde om een herstructurering op gang te brengen, om mogelijkheden voor ontwikkeling van zittende andere bedrijven te scheppen, soms kan het boeken van ruimtewinst ook zonder uitplaatsing worden bereikt. Ruimtewinst is ook mogelijk via intensivering van het gebruik van bestaande percelen en panden. Een belangrijke winst bij herstructurering is ook de indirecte ruimtewinst: het feit dat bedrijven niet (meer) willen verplaatsen naar een nieuw terrein, maar willen investeren in de bestaande locatie. Dat leidt tot een verminderde vraag naar nieuw terrein. Daar staat wel tegenover dat er mogelijkheden voor hervestiging in vrijkomende bebouwing vervallen, vaak een mogelijkheid voor startende bedrijvigheid of bedrijvigheid die aangewezen is op goedkope huisvesting. Het is van belang om de effecten van beide aspecten zo goed mogelijk in te schatten, en na te gaan hoe in de vraag van de startende bedrijvigheid en/of van op goedkope huisvesting aangewezen bedrijvigheid kan worden voorzien.
Voor wat betreft de Tubbergse situatie is mede uit onderzoek van de Stec groep in samenwerking met de provincie gebleken dat er binnen de gemeente Tubbergen geen bedrijventerreinen aanwezig zijn die voor herstructurering in aanmerking komen.
2.3.2. Realistische behoefteraming
2.3.2.1 Realisering harde plannen
De provincie gaat er in de Omgevingsvisie van uit dat ‘harde plannen’ kunnen worden uitgevoerd. Als de capaciteit van die plannen erg groot is, dan is het wenselijk dat in de bedrijventerreinenvisie nader wordt ingegaan op mogelijkheden voor segmentering en/of fasering. Dit is met name van belang als er tevens sprake is van herstructureringslocaties. De gemeente Tubbergen kent geen terreinen die daarvoor in aanmerking komen. Daarnaast kent de gemeente Tubbergen op dit moment alleen gemengde bedrijventerreinen, waardoor segmentering niet aan de orde is. De behoefte aan nieuwe plannen (pijplijn- of overige plannen) moet in de bedrijventerreinenvisie worden onderbouwd. Los van deze onderbouwing is de provincie van mening dat het aan de gemeente zelf is om te voorzien in de vraag naar bedrijventerreinen van de lokale bedrijvigheid, Dat, regionaal gezien, voldoende bedrijventerreinen in voorraad zijn, doet niets af aan de noodzaak voor de individuele gemeente om te kunnen voorzien in de lokale vraag naar bedrijventerreinen. Wij vinden dat de lokale facilitering van behoefte voor bedrijventerreinen centraal staat zonder dat daaraan op voorhand voorwaarden worden verbonden.
2.3.2.2. Ruimtewinst
De directe ruimtewinst ontstaat indien door de herstructurering grond (kavels) beschikbaar komen voor (her)uitgifte. Het uitvoeren van een herstructureringsproject heeft in de praktijk ook het positieve effect dat zittende ondernemers bij een uitbreidingsbehoefte minder gauw geneigd zijn te willen verplaatsen naar nieuw terrein en meer bereid zijn ter plekke te investeren en intensiveren. Dat kan leiden tot een minder grote behoefte aan nieuw terrein. Hierbij moet dus een inschatting worden gemaakt van de mogelijke ruimtewinst. Daar waar zich een dergelijke gelegenheid voordoet zal daar rekening mee gehouden worden. Aangezien de gemeente Tubbergen geen her te structureren terreinen heeft zal de ruimtewinst zeer beperkt blijven.
2.3.2.3. Transformatie
Het is zaak om bij transformatieprojecten nauwkeurig na te gaan of deze tot aanvullende behoefte aan nieuw terrein zullen leiden. Soms is er sprake van marginale bedrijvigheid die bij uitvoering van het transformatieplan beëindigd wordt en dus niet tot extra vraag leidt, in andere gevallen moeten goed draaiende bedrijven worden uitgeplaatst wat wel tot extra vraag leidt. Gelet op de kleinschaligheid van de bedrijventerreinen binnen de gemeente Tubbergen is ook het transformatievraagstuk niet aan de orde.
Daarnaast dient bij het opstellen van een bedrijventerreinenvisie ook rekening gehouden te worden met de volgende aandachtspunten.
2.3.2.4. Ruimtelijke kwaliteit
Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het zowel om de kwaliteit op de terreinen zelf als om de locatiekeuze en de landschappelijke inpassing van nieuwe terreinen. Voor nieuwe terreinen is het van belang de Gebiedskenmerkencatalogus te hanteren. Het is echter niet zo dat alle terreinen aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen. Voor bestaande terreinen kan het Kwaliteitsscoresysteem (KSS) inzicht geven in de bestaande en de te bereiken kwaliteit. Eén van de voordelen van het hanteren van dit systeem is dat de ondernemers hierbij kunnen worden betrokken en hun wensen een rol spelen bij het ambitieniveau.
Naast het bestemmingsplan zal, om een goede ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, worden gewerkt met een beeldkwaliteitsplan waarin de gebiedskenmerken zijn vastgelegd en voorwaarden zijn opgenomen met betrekking tot het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de doelstellingen van de Omgevingsvisie inzake ruimtelijke kwaliteit en bescherming van het Nationale Landschap.
2.3.2.5. Duurzaamheid
De provincie vraagt van gemeenten om bij de herstructurering en aanleg van nieuwe bedrijventerreinen minimaal energiebesparende maatregelen te treffen, zodat een bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van de taakstellingen die hierover in de klimaatakkoorden met het Rijk zijn opgenomen (te weten 2% energiebesparing per jaar en het verhogen van het aandeel duurzame energie naar 20% in 2020). Op dit moment is er nog geen concreet beleid. Uiteraard zullen wij bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht besteden aan dit aspect en de landelijke richtlijnen volgen waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de mogelijkheden en wensen van het zittende bedrijfsleven.
2.3.2.6 Parkmanagement
Parkmanagement blijkt in de praktijk een belangrijk hulpmiddel te zijn om de kwaliteit van bedrijventerreinen te bewaken en vaak ook om deze te verhogen. Diverse gemeenten stellen voor nieuwe terreinen het lidmaatschap van de parkmanagementorganisatie verplicht. De gemeente Tubbergen heeft reeds geprobeerd om de eerste schreden op het pad van parkmanagement te zetten. Hiervoor zijn, ook met extra inzet van derden, met diverse partijen zoals het Bedrijven Contact Gemeente Tubbergen en de Ondernemersvereniging Albergen gesprekken gevoerd. Deze gesprekken hebben ertoe geleid dat er voorlopig bij het bedrijfsleven geen draagvlak is voor parkmanagement. Toch zullen wij niet nalaten om daar waar zich kansen voordoen toch een vorm van parkmanagement in te voeren. Uitgangspunt daarbij is dat dit niet zal lijden tot extra kosten voor het bedrijfsleven. Wellicht dat in samenwerking met de gemeente Almelo of Dinkelland kunnen komen tot een gezamenlijke aanpak waardoor o.a. kosten kunnen worden bespaard dat vervolgens kan leiden tot een grotere bereidheid bij de verschillende ondernemers om deel te nemen.
2.3.2.7. Gronduitgifteprotocol
Het verdient aanbeveling om een uitgifteprotocol te hanteren dat garanties biedt voor een zorgvuldig en efficiënt grondgebruik. Belangrijke elementen daarin zijn:
verplichting om binnen vastgelegde periode bouw te realiseren;
mogelijkheid om de grond terug te vorderen als er niet is gebouwd;
zo mogelijk afspraken over herbenutting van eventueel vrijkomende gebouwen en kavels.
Een sprekend en zeer goed uitgewerkt voorbeeld is het zogenaamde “Osse protocol”. Hierin wordt de toepassing van de SER-ladder op kavelniveau uitgewerkt. Daarbij wordt, voordat er sprake is van uitgifte van nieuw terrein, eerst nauwkeurig bezien of de uitbreidingsvraag niet ter plekke kan worden opgelost, eventueel met medewerking van buurbedrijven. Vervolgens wordt bezien of er bestaande gebouwen en percelen beschikbaar zijn die geschikt zijn (te maken), en pas in laatste instantie vindt uitgifte van nieuw terrein plaats, mits het bedrijf ook voldoet aan de eisen die voor het betreffende terrein worden gesteld (milieucategorie en juiste segment).
2.3.2.8. Regionale samenwerking en afstemming
De bestaande vormen van regionale samenwerking en afstemming lopen sterk uiteen. In veel gemeenten is de ontwikkeling van bedrijventerreinen geheel op de accommodatie van de locale bedrijvigheid gericht. Toch wil dat niet zeggen dat er geen reden is voor afstemming en eventueel samenwerking met buurgemeenten. Indien er aanleiding is om tot een zekere segmentering te komen vanwege het aspect bereikbaarheid: reserveren van goed ontsloten terrein voor bedrijven die sterk afhankelijk zijn van een goede bereikbaarheid, of het sterker benutten van mogelijkheden voor energiebesparing: warmtekrachtkoppelingen, uitwisseling warmtevraag en warmtelevering dan zal daarvoor overleg plaatsvinden met buurgemeenten. Deze situatie doet zich echter nu niet voor. Andere redenen voor samenwerking of afstemming kunnen zijn gelegen in de mogelijkheden voor het opzetten van parkmanagement. De gemeenten waarmee afstemming en samenwerking in voorkomende gevallen kan worden gezocht zijn Almelo, Dinkelland, Losser en Twenterand.
2.4. Gemeentelijk Beleid
Binnen het gemeentelijk beleid is het Collegeprogramma 2006-2010 een belangrijk document waarin is uitgesproken dat er wordt gekozen voor drie verzorgingskernen (Albergen, Geesteren en Tubbergen). Uitbreiding van bedrijfsvestigingen wordt geconcentreerd in deze kernen).
Overige, voor deze visie relevante, uitgangspunten zijn:
Grotere (huisvestings)voorzieningen zijn voorbehouden aan de grotere kernen
Zuinig zijn op beschikbare ruimte
Streven naar gezonde en verantwoorde economie
Albergen, Geesteren en Tubbergen vestigingsplaats voor nieuwe bedrijvigheid
Nadruk op (beeld)kwaliteit van de bedrijfsomgeving
Andere belangrijke gemeentelijke beleidsdocumenten zijn de Structuurvisie, de Woonvisie en het Bestemmingsplan Buitengebied, waarin de (ruimtelijke) kaders en uitgangspunten zijn c.q. worden geformuleerd voor de langere termijn.
2.5. Conclusies Beleidskader
De voornaamste conclusies uit het beleidskader zijn de volgende:
in de Nota Ruimte staan begrippen als intensief ruimtegebruik, onderling combineren van functies en transformeren van bestaand ruimtegebruik centraal
er wordt in bepaalde kernen een tekort aan ruimte voor bedrijven geconstateerd
het provinciaal beleid ten aanzien van bedrijventerreinen is gericht op een voldoende aanbod van bedrijventerreinen van de juiste kwaliteit
concentratie van bedrijvigheid in de kernen Albergen, Geesteren en Tubbergen
nadruk op herstructurering, hergebruik en (beeld)kwaliteit van de bedrijfsomgeving
gronduitgifteprotocol herzien
Opwaarderen van de (beeld)kwaliteit van bedrijventerreinen heeft een hoge prioriteit in het landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Uitbreiding is voor een aantal bedrijventerreinen in de gemeente noodzakelijk. Versnippering van verspreid liggende lokale kleinschalige bedrijventerreinen dient te worden voorkomen.
Artikel 2.
Beleidskader
Onderdeel van Integrale Ontwikkelingsvisie bedrijventerreinen gemeente Tubbergen