Het aan de belanghebbende in artikel 67m van de AWR toegekende recht
op inzage geldt vanaf het moment waarop de heffingsambtenaar de
belanghebbende heeft medegedeeld dat hem een verzuimboete is
opgelegd of hem ervan in kennis heeft gesteld dat hem een
vergrijpboete zal worden opgelegd. Indien het voornemen tot het
opleggen van een boete (mede) berust op gegevens over derden worden
de desbetreffende bescheiden, voor zover mogelijk,
geanonimiseerd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling A.
Artikel 14.
Recht op inzage
Onderdeel van Regeling bestuurlijke boeten 2004.