**1..** Er is sprake van een verhoor in de zin van artikel
67l van de AWR indien de
heffingsambtenaar de belanghebbende in een directe confrontatie
ondervraagt in het kader van zijn voornemen een boete op te
leggen.
**2..** Een verhoor vindt niet eerder plaats dan na schriftelijke oproep
door de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar vermeldt in de
oproep dat de belanghebbende tijdens het verhoor niet tot
antwoorden is verplicht.
**3..** De belanghebbende dient zelf te verschijnen. Met instemming van
de heffingsambtenaar kan de belanghebbende zich laten
vertegenwoordigen.
**4..** De belanghebbende is tijdens het verhoor niet tot antwoorden
verplicht. Hij dient voor de aanvang van het verhoor hierop te
worden gewezen (cautie).
**5..** De belanghebbende kan zich tijdens het verhoor doen
bijstaan.
**6..** Wanneer een belanghebbende die de Nederlandse taal niet of
gebrekkig beheerst, vóór het verhoor verzoekt om bijstand van
een tolk, draagt de heffingsambtenaar er zorg voor dat deze
wordt benoemd. Indien de heffingsambtenaar wéét dat de
Nederlandse taal niet of gebrekkig beheerst, draagt hij zorg
voor de aanwezigheid van een tolk. Indien tijdens het verhoor
blijkt dat de belanghebbende de Nederlandse taal niet beheerst,
wordt het verhoor afgebroken. Het verhoor vindt dan plaats op
een later moment waarbij de heffingsambtenaar zorg draagt voor
de aanwezigheid van een tolk. Voor dat nieuwe verhoor wordt een
aparte oproep verzonden of uitgereikt.
**7..** De heffingsambtenaar maakt na afloop van het verhoor een verslag
waarin hij vermeldt dat de cautie is gegeven. De belanghebbende
krijgt een afschrift van het verslag.