Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 22

Aangiftebelastingen

Onderdeel van Regeling bestuurlijke boeten 2004.

5.. Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor een belasting die op aangifte moet worden voldaan (tijdvakbelastingen en tijdstipbelastingen), wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim. 6.. De verzuimenreeks wordt toegepast per belastingmiddel. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld telt het verzuim niet mee voor de verzuimenreeks. 7.. Van een tweede, derde en volgend verzuim is sprake als een belanghebbende in een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het tijdvak waarover deze in verzuim is, voor dezelfde belastingsoort al eerder in verzuim is geweest. 8.. De heffingsambtenaar legt in geval van een eerste verzuim een verzuimboete op € 25,-. In geval van een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van € 56,-. De heffingsambtenaar legt een boete van € 113,- op per verzuim, indien sprake is van een derde/volgend verzuim.

Rechtspraak bij dit artikel