Vergrijpboeten kunnen alleen worden opgelegd indien sprake is van grove
schuld of opzet. Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijk opzet.
Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van
verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid.
Ingeval van grove schuld legt de heffingsambtenaar een vergrijpboete op
van 25% van het bedrag van de aanslag.
In geval van opzet legt de heffingsambtenaar een vergrijpboete op van
50% van het bedrag van de aanslag.
Indien bij het opleggen van een vergrijpboete slechts een gedeelte van
de verschuldigde belasting door opzet of grove schuld van de
belanghebbende te weinig is of zou zijn geheven dan wel betaald,
berekent de heffingsambtenaar de boete over dat – naar evenredigheid
bepaalde – gedeelte.
Het in het vierde lid neergelegde beginsel vindt overeenkomstige
toepassing indien meer dan één boetepercentage moet worden
toegepast.