In daarvoor in aanmerking komende gevallen moet rekening worden gehouden
met het aantal malen dat vergrijpen in een bepaalde periode hebben
plaatsgevonden (recidive). Van recidive is sprake als aan de
belanghebbende voor hetzelfde belastingmiddel reeds eerder een
vergrijpboete of een straf is opgelegd. In geval van recidive wordt de
vergrijpboete bij grove schuld verhoogd tot maximaal 50% van het bedrag
van de aanslag en de vergrijpboete bij opzet tot maximaal 100% van het
bedrag van de aanslag. Met een straf wordt gelijkgesteld het vervallen
van het recht tot strafvordering volgens artikel 76, tweede lid van de
AWR of op grond van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. Verhoging
van de boete wegens recidive vindt uitsluitend plaats indien in de
periode van vijf jaar voorafgaand aan de door de heffingsambtenaar
opgelegde vergrijpboete reeds eerder een vergrijpboete is opgelegd, een
transactie is voldaan, dan wel strafoplegging heeft plaatsgevonden.
Vervalt de eerdere vergrijpboete naderhand wegens het ontbreken van
opzet dan wel grove schuld, dan wordt de toegepaste verhoging van de
vergrijpboete op de voet van het eerste lid ambtshalve
gecorrigeerd.
De ernst van het te beboeten gedrag kan aanleiding geven de op de voet
van artikel 4.25, tweede en derde lid, van deze regeling, op te leggen
boete te verhogen tot maximaal 100% van het bedrag van de aanslag.
Hiertoe is in elk geval aanleiding indien sprake is van fraude of
zwendel. Van fraude of zwendel is met name sprake in geval van
listigheid, valsheid of samenspanning. Indien het gevolg van het te
beboeten gedrag is dat de belasting die te weinig is of zou zijn geheven
dan wel betaald omvangrijk of verhoudingsgewijs omvangrijk is, verhoogt
de heffingsambtenaar de vergrijpboete eveneens tot maximaal 100% van het
bedrag van de aanslag.
Buiten de voorgaande leden kan er aanleiding zijn een vergrijpboete te
verhogen, dan wel een vermindering van een vergrijpboete te beperken of
na te laten op grond van de persoonlijke omstandigheden van de
belanghebbende of de wijze waarop, dan wel de omstandigheden waaronder,
het feit heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 27.
Strafverzwarende omstandigheden
Onderdeel van Regeling bestuurlijke boeten 2004.