Tot de omstandigheden welke aanleiding kunnen geven de op te leggen of opgelegde boete te matigen behoren een wanverhouding tussen de ernst van het feit en de op grond van de hoofdstukken 3 en 4 op te leggen of opgelegde boete en omstandigheden die hebben geleid tot het beboetbare feit, maar buiten de directe invloedssfeer van de belanghebbende liggen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 28. Regeling bestuurlijke boeten 2004.
Wanverhouding/Verzachtende omstandigheden
Onderdeel van Regeling bestuurlijke boeten 2004.
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 28. bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon