Het domein ‘Een huishouden voeren’, is onder andere vertaald naar het resultaatgebied ‘wonen in een geschikt huis, artikel 8 van de Verordening. Het vierde lid in dit artikel bepaalt dat als er geen andere mogelijkheden zijn er een individuele woonvoorziening getroffen dient te worden. Onder woonvoorziening wordt verstaan een voorziening, niet zijnde hulp bij het huishouden (HH) of een rolstoelvoorziening, die een persoon met beperkingen in staat stelt de woning zo normaal mogelijk te gebruiken.
Onder het normale gebruik van de woonruimte wordt verstaan de mogelijkheid om elementaire woonfuncties te kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van huishoudelijke werkzaamheden, koken en keukengebruik, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning en
de toegang tot de woning en de tuin. Ten aanzien van kinderen geldt dat het veilig kunnen spelen in de woonruimte als elementaire woonfunctie wordt beschouwd.
Uitgangspunt hierbij is dat een belanghebbende al wel een woning heeft. Het hebben van een woning is en blijft de eigen verantwoordelijkheid van iedere Nederlander. Indien deze woning niet geschikt is voor de beperkingen die een belanghebbende heeft, kan er een noodzaak bestaan voor een (meer) geschikte woning. Dat kan dezelfde woning zijn of een andere woning, maar dan geschikt gemaakt, of een woning die (meer) geschikt is en/of eenvoudiger geschikt kan worden gemaakt.
HOOFDSTUK 4
Artikel 17
WONEN IN EEN GESCHIKT HUIS
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012