Bij Hulp bij het Huishouden gaat het om het overnemen van huishoudelijke taken al dan niet in combinatie met het overnemen van de organisatie van deze taken. Wanneer de belanghebbende deze huishoudelijke taken wel zelf kan uitvoeren, maar iemand anders moet toezien/stimuleren en de hulpverlener, moet tijdens het uitvoeren van deze huishoudelijke taken aanwezig zijn, dan behoort deze ondersteuning tot de compensatieplicht van de gemeente.
Dit is ook het geval wanneer de belanghebbende deze huishoudelijke taken soms wel of soms niet zelf kan uitvoeren. In het geval de hulp bij de regie/structuur van het huishouden zich richt op het plannen, stimuleren en voorbespreken van deze huishoudelijke taken, waarna de belanghebbende die taken zelf uitvoert, dan is deze hulp een aanspraak op Begeleiding. De belanghebbende heeft op basis van een grondslag/ aandoening beperkingen bij de sociale redzaamheid en/of psychisch functioneren.
Deze afbakening tussen Wmo hulp bij het huishouden en de functie Begeleiding leidt tot de conclusie dat in de regel geen hulp bij het huishouden geïndiceerd wordt, indien een belanghebbende een indicatie heeft voor begeleiding vanuit de AWBZ. De belanghebbende heeft dan vanuit de AWBZ een hulpverlener die zich richt op het plannen, stimuleren en voorbespreken van huishoudelijke taken. Zowel inzet van hulp bij het huishouden als Begeleiding zou dus leiden tot een dubbele indicatie voor dezelfde activiteiten.
HOOFDSTUK 4
Artikel 16
AFSTEMMING HULP BIJ HET HUISHOUDEN MET AWBZ- BEGELEIDING
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012