Artikel 8 derde lid van de Verordening regelt het primaat van de verhuizing. Dat wil zeggen dat als vast staat dat er sprake is van een woonprobleem/belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, eerst beoordeeld wordt of verhuizing naar een reeds geheel aangepaste woning, of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een oplossing is die in aanmerking komt. Hierbij wordt het primaat toegepast vanaf het bedrag zoals genoemd in het Besluit.
Er zijn echter wel grenzen aan het hanteren van het primaat van de verhuizing, met name op het gebied van de woonlasten, het tijdsbestek waarbinnen een oplossing kan/moet worden gevonden en de verhouding tussen de besparing van de gemeente bij toepassing van het primaat en de negatieve gevolgen voor de belanghebbende. In alle gevallen zal een goed gemotiveerd besluit worden genomen, waarin alle relevante factoren, in onderling verband, worden afgewogen. Als op verantwoorde wijze inhoud gegeven is aan toepassing van het primaat van de verhuizing, is daarmee een adequate oplossing geboden en heeft de gemeente aan haar compensatieverplichting voldaan.
Het is niet mogelijk een uitputtend overzicht te geven van alle mogelijke afwegingsfactoren die een rol kunnen spelen, omdat elke situatie weer anders is. Wel wordt hieronder in grote lijnen een overzicht gegeven van een aantal vaak voorkomende factoren, die afhankelijk van de situatie, een rol kunnen spelen bij de besluitvorming.
17.4.a Mantelzorg
Sociale omstandigheden waarmee rekening gehouden wordt, zijn de nabijheid van voor de belanghebbende belangrijke voorzieningen en de binding van de belanghebbende met de huidige woonomgeving. De aanwezigheid van vrienden, kennissen en familie in de nabijheid van de woning speelt met name een rol in het afwegingsproces indien er sprake is van niet uitstelbare/niet planbare (bijvoorbeeld toiletbezoek) en structurele mantelzorg. De sociale omstandigheden worden in het indicatieonderzoek zoveel mogelijk geobjectiveerd.
De sociale factor zal bij woningaanpassingen minder zwaar wegen, als dicht in de buurt van de huidige woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden. Als de beoogde nieuwe woning dicht bij belangrijke voorzieningen, zoals winkels en werkplek is gelegen, zal dat ook de beslissing in de richting van verhuizen beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dan ook minder andere voorzieningen (bijvoorbeeld vervoer, zorg) nodig zijn. Als de belanghebbende zijn werk "aan huis" heeft (eigen bedrijf), worden de consequenties van verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant meegewogen.
17.4.b Snelle compensatie
De snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost speelt een rol in het afwegingsproces. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met de prognose van de belanghebbende. In een aantal gevallen kan verhuizen het woonprobleem sneller oplossen, als er snel een geschikte aangepaste of eenvoudig aan te passen woning beschikbaar is. Het hele traject van het maken van een plan, het vragen van offertes, de uitvoering en de keuring vervalt dan of speelt een minder belangrijke rol. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat het aanpassen van een woning een snellere oplossing biedt als er niet binnen een bepaalde tijd een geschikte woning vrij komt.
17.4.c Financiële overwegingen voor de gemeente
De gemeente maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en
verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen in de overwegingen:
huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woonruimte;
kosten in de zin van kapitaalvernietiging vanwege eerder uitgevoerde woningaanpassingen of eerder verstrekte roerende woonvoorzieningen; van belang hierbij is ook hoe lang geleden de aanpassingen of voorzieningen zijn aangebracht en wat de aanpassingen gekost hebben;
de hoogte van de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten;
de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning;
kosten van het eventueel vrijmaken van de nieuwe woning. Deze situatie doet zich voor indien een medebewoner van een persoon met beperkingen verhuist nadat bewoning door de persoon met beperkingen beëindigd is en de medebewoner in de aangepaste woning is blijven wonen;
een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving .
17.4.d (Financiële) gevolgen voor de belanghebbende
De gemeente maakt een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de mogelijke nieuwe woonsituatie. Als de belanghebbende eigenaar van de woonruimte is, zal een verhuizing of woningaanpassing andere gevolgen met zich meebrengen dan wanneer deze de woning huurt, met name in financiële zin. Een aantal aspecten zal pleiten voor het verkopen van de woning en verhuizen naar een huurwoning.
Andere aspecten daarentegen zullen de balans naar het aanpassen van de eigen woning doen doorslaan. Alle relevante aspecten zullen bij de afweging door de gemeente in aanmerking worden genomen.
17.4.e Belanghebbende wil niet verhuizen
Belanghebbenden kunnen indien het primaat van verhuizen wordt opgelegd, besluiten te blijven wonen in de huidige woning. Er bestaat dan de mogelijkheid om voor de maximale verhuiskostenvergoeding in aanmerking te komen om zelf de woning volledig geschikt te maken volgens pakket van eisen opgelegd in een beschikking door het College, volgens de regels zoals vermeld in het Besluit. Wel moeten mensen verantwoorden dat de aangebrachte aanpassingen daadwerkelijk de belemmeringen oplossen. Belanghebbende kan achteraf geen aanvullende aanvragen indienen indien deze vraag zicht richt op een probleem wat met verhuizing voorkomen had kunnen worden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 17.4
Het primaat van de verhuizing
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012