Bij veel AWBZ-instellingen (bijvoorbeeld gezinsvervangende tehuizen) behoort het begeleiden van de bewoners bij vervoer buitenshuis tot de taak van de instelling. In de praktijk blijkt begeleiding een lastige zaak, aangezien er te weinig personeelsleden zijn om dit te verzorgen. Dit probleem komt steeds terug. Het resultaat is vaak dat de Wmo - ten onrechte - als vangnet wordt beschouwd. Indien zonder meer zou moeten worden aangenomen dat de instelling niet kan begeleiden, dan zou dit ertoe kunnen leiden dat de instelling zijn taak gaat verzaken. Dit leidt tot een ongewenste verschuiving naar de Wmo. Het is dus aan de (vertegenwoordiger van) de belanghebbende om aan te voeren en zo nodig aan te tonen, dat de instelling er alles aan heeft gedaan om de begeleiding te bieden, maar dat dit niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Pas dan kan er sprake zijn van een aanspraak op een vervoersvoorziening in het kader van de Wmo.
HOOFDSTUK 6
Artikel 26.3
Bewoners AWBZ-instellingen en begeleiding CAV
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012