26.2.a Medische en (psycho)-sociale begeleiding
De chauffeur is verantwoordelijk voor het vervoer van de belanghebbende vanaf de voordeur van diens woning (bij een flat, de voordeur van het flatgebouw) tot aan de voordeur van de plaats van bestemming.
De chauffeur is geen begeleider, zelfs al heeft hij (deels) begeleidende taken.
Tijdens de rit is het echter heel goed mogelijk dat medische begeleiding vereist is. In een dergelijke situatie kan de belanghebbende één begeleider gratis mee laten reizen. Als er een indicatie is voor begeleiding op medische en/of (psycho)sociale gronden tijdens het vervoer van de belanghebbende, dan komt dit in de beschikking te staan en wordt de vervoerder hiervan op de hoogte gesteld.
De criteria voor medische en (psycho)sociale begeleiding zijn:
er is medische zorg noodzakelijk tijdens de rit, bijvoorbeeld het moeten toedienen van medicatie (oraal) of het bedienen van medische apparatuur, en/of;
er sprake is van aantoonbare gedragsproblemen of angst bij de belanghebbende die door de begeleiding weggenomen of verminderd wordt, en/of;
er is tijdens de rit ADL-hulp noodzakelijk; dit zijn eenvoudige verzorgende handelingen, zoals bijvoorbeeld het afvegen van mond en neus bij een gestoorde handfunctie.
26.2.b Kamer tot kamer vervoer
Voor belanghebbenden met een (ernstige) lichamelijke beperking die niet afhankelijk zijn van begeleiding tijdens de rit, kan kamer tot kamer vervoer worden geïndiceerd. Dit betekent dat de belanghebbende wordt opgehaald bij de kamerdeur in plaats van de voordeur. De belanghebbende wordt vervolgens ook binnen gebracht op de plaats van bestemming. De criteria voor kamer tot kamer vervoer zijn:
persoon kan niet zelfstandig de voordeur aan de straat bereiken en/of
persoon kan niet zelfstandig de voordeur van het bezoekadres bereiken en/of
er is geen (medische) noodzaak voor begeleiding tijdens de rit.
HOOFDSTUK 6
Artikel 26.2
Begeleiding in het CAV
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012