De beleidsregel “standplaatsen gemeente Leeuwarden” van 19 februari 2008, (deels) herzien 8 maart 2011 wordt hierbij ingetrokken.
Aldus vastgesteld op 8 mei 2012.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
burgemeester,
secretaris.
Toelichting
Samenvatting van wettelijke regelingen die de verkoopstandplaatsen raken
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Op grond van artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden activiteit uit te voeren als dat betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk zonder vergunning van het bevoegd gezag. Een standplaatshouder met een mobiele wagen die elke avond zijn standplaats ontruimt, heeft geen (tijdelijke) omgevingsvergunning nodig, aangezien in een dergelijke situatie geen sprake is van een bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In de situatie dat een standplaats niet wordt ontruimd, is er sprake van een vergunningplichtig bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en dient onder meer ook een toetsing aan het bestemmingsplan plaats te vinden. Een kraam is een bouwwerk (constructie van enige omvang enz.) waar een omgevingsvergunning voor nodig is. Tenzij deze minder dan 31 dagen, al dan niet onafgebroken per jaar aanwezig is.
Wet ruimtelijke ordening
Wanneer een standplaatsvergunning op grond van de APV wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende bestemmingsplan staan van kracht. Omdat een standplaats een mobiel karakter heeft, zal er geen definitieve planologische reservering plaatsvinden. Tenzij er sprake is van een tijdelijk bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zoals hiervoor beschreven. Dit is de reden dat er in de regeling staat dat de vaste verkoopstandplaatsen in de eerstvolgende reguliere actualisatie van het betreffende bestemmingsplan opgenomen wordt.
Wet milieubeheer
In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen voor inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor standplaatshouders. Vooral aan mobiele verkoopinrichting waar voedsel wordt verkocht worden milieueisen gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Het gaat dan om zaken als vetafscheiding van het afvalwater en voorkomen van geuroverlast. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld, afhankelijk van de situatie ter plekke. De standplaatshouder kan verplicht worden gesteld zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfafval rond zijn standplaats te voorkomen. Met name het zwerfafval veroorzaakt door promotieactiviteiten geeft overlast voor de omgeving.
Winkeltijdenwet
Deze wet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden op grond van artikel 2 lid 2 van de Winkeltijdenwet ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats.
Warenwet
De Warenwet stelt regels met betrekking tot de hoedanigheid en aanduiding
van waren. Daarnaast stelt de wet eisen aan de hygiëne en degelijkheid van producten. De Warenwet geldt ook voor het drijven van handel vanaf een standplaats.
Grondwet
Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Het verspreiden van handelsreclame (folders, kranten, samples etc.) wordt echter niet tot de vrijheid van drukpers gerekend. Voor het innemen van een standplaats om deze handelsreclame te verspreiden is vergunning vereist.