Naar hoofdinhoud
1.. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Elke gemeente wijst één lid aan per elke 45.000 inwoners of een gedeelte daarvan. Tevens kunnen gemeenten plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aanwijzen. 2.. Als lid van het algemeen bestuur kunnen slechts worden aangewezen leden van het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Ook het plaatsvervangende lid kan slechts worden aangewezen uit het college. 3.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege Kredietbank Limburg of één der gemeenten aangesteld of daaraan ondergeschikt. 4.. Voor de vaststelling van het aantal inwoners wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar voorafgaand aan dat waarin de zittingsperiode van het algemeen bestuur aanvangt.

Rechtspraak bij dit artikel