Relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is van toepassing met betrekking tot de behandeling
van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.
In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 7.5
van de Regeling omgevingsrecht, worden in of bij de aanvraag met
betrekking tot het vellen of doen vellen van houtopstand als bedoeld
in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht, de volgende gegevens overgelegd:
een motivering waarom aanvrager de betreffende houtopstand
wil vellen of doen vellen;
een duidelijke situatieschets op schaal;
de stamomtrek van de te vellen of te doen vellen
houtopstand(en) in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf
het maaiveld.
Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, kan het bevoegd gezag, in
aanvulling op het gestelde in het tweede lid, bepalen dat de
aanvrager een Bomen Effect Analyse (BEA) bij de aanvraag dient te
overleggen.
Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, kan het bevoegd gezag, in
aanvulling op het gestelde in het tweede lid, bepalen dat de
aanvrager een rapport dient te overleggen waaruit:
de gevolgen van de aangevraagde velling voor (mogelijke)
aanwezige Flora en Fauna blijkt;
blijkt of voor de aangevraagde velling één of meerdere
ontheffingen van de Flora- en Faunawet vereist is.
De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd
door of namens dan wel met toestemming van degene die, krachtens
goederenrechtelijk recht of krachtens publiekrechtelijke
bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
Voor het tijdstip waarop de vergunning (beschikking) in werking
treedt wordt verwezen naar het bepaalde in hoofdstuk 6 van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht.
Van aanvragen van bestuursorganen, in het kader van hun publieke
taak of hun wettelijke zorgplicht, voor houtopstanden op private
eigendom, al dan niet deeluitmakend van een boomzone, wordt door het
bevoegd gezag aan deze private eigenaren en rechthebbenden binnen
twee weken, na ontvangst van de aanvraag, schriftelijk (per brief)
melding gemaakt.