**1.** Toegepaste materialen dragen niet in belangrijke mate bij tot de ontwikkeling van brand en het ontstaan van rook. Hieraan wordt voldaan indien het onderdeel:
a onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064: 1991, inclusief wijzigingsblad A2: 2001;
b een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4 als bedoeld in NEN 6065: 1991, inclusief wijzigingsblad A1: 1997, of
c een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder b.
**2.** Voertuigen en aanhangwagens zijn zodanig ingericht dat personen die zich daarin bevinden deze binnen 30 seconden veilig kunnen verlaten. Daarvoor zijn er meerdere mogelijkheden om het voertuig of de aanhangwagen te verlaten.
**3.** Vluchtroutes voor personen uit voertuigen en aanhangwagens hebben een minimale afmeting van 0,6 x 0,8 m (vrije doorgang).
**4.** De vluchtroutes worden vrijgehouden.
**5.** Belemmeringen in vluchtroutes, zoals (nood-)luiken, zijn met een eenvoudige handeling zowel van binnenuit als van buitenaf te openen, zonder dat gebruik gemaakt moet worden van sleutels of andere losse voorwerpen.
**6.** Er is een vluchtplan.
**7.** Personen in voertuigen en aanhangers zijn bekend met de vluchtroutes en hebben het tijdig ontruimen beoefend.
**8.** Het publiek bij optochten kan voldoende afstand nemen van een eventuele brand in een voertuig of een aanhangwagen (vluchtmogelijkheden publiek).
Artikel 5
Het tijdig ontruimen
Onderdeel van Nadere regels voor het houden van optochten Noord-Beveland 2010