Naar hoofdinhoud

Artikel 31

Kettingbeding

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden registergoederen 1994

1.. De erfpachter dient de verplichtingen, voortvloeiende uit de algemene voorwaarden, het vestigingsbesluit en/of de overeenkomst bij gehele of gedeeltelijke overdracht in eigendom of toedeling bij verdeling, alsmede bij de verlening daarop van een beperkt recht, aan de nieuwe erfpachter/beperkt gerechtigde, ten behoeve van de gemeente op te leggen en ten behoeve van de gemeente aan te laten nemen, en in verband daarmee het in die artikelen bepaalde in de desbetreffende notariële akte op te nemen, zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van vijftigduizend gulden (f. 50.000,--), ten behoeve van de gemeente, met bevoegdheid van de gemeente te vorderen om daarnaast nakoming van de overeenkomst te vorderen, onverminderd het recht van de gemeente om daarnaast vergoeding naar geleden schade te vorderen. 2.. De boete is dadelijk opeisbaar en wordt verbeurd door het enkele feit van overtreding, zonder dat enige ingebrekestelling zal zijn vereist.

Rechtspraak bij dit artikel