Naar hoofdinhoud

Artikel 32

Vrijwaring

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden registergoederen 1994

1.. Voorzover de wet zulks toelaat en in deze algemene voorwaarden, het vestigingsbesluit en de overeenkomst niet anders is vermeld, is de gemeente tot geen enkele vrijwaring gehouden. 2.. Naar de aanwezigheid van voor het milieu of de volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen in de erfpachtgrond is een onderzoek verricht. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een rapport, dat voor de erfpachter ter inzage is. Uit dit rapport blijkt dat er geen reden is om aan te nemen dat zich in de grond dergelijke stoffen bevinden die naar de huidige maatstaven schadelijk zijn te achten voor het milieu, of die anderszins onaanvaardbaar zijn. Evenmin heeft de gemeente, gezien het voorafgaande gebruik van de grond voor zover dat aan de gemeente bekend is, reden om aan te nemen dat dergelijke stoffen zich in de grond zouden kunnen bevinden. 3.. Indien vóór het passeren van de akte van vestiging zou blijken van de aanwezigheid van voor het milieu gevaarlijke stoffen, die van zodanige aard zijn dat van de erfpachter in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij, zonder tot sanering over te gaan, aan zijn bouwplicht voldoet, dan heeft de erfpachter het recht de overeenkomst te ontbinden. 4.. Indien in het geval bedoeld in lid 3 de aflevering van de erfpachtgrond reeds had plaats gevonden is de erfpachter verplicht de erfpachtgrond weer aan de gemeente af te leveren, voorzover in redelijkheid mogelijk, in de staat waarin de erfpachtgrond zich bevond bij eerstbedoelde aflevering. 5.. Indien in het geval bedoeld in lid 3 de canon en de eventueel verschuldigde omzetbelasting door erfpachter was voldaan, wordt deze hem gerestitueerd, met de eventuele door erfpachter betaalde interest, alsmede de door erfpachter over die interest betaalde omzetbelasting, ten tijde van de aflevering aan de gemeente als bedoeld in lid 4. 6.. De gemeente vergoedt de erfpachter een interest, berekend naar een percentage van drie/vierde van de wettelijke interest, over de door de gemeente ontvangen canon, vanaf de dag van ontvangst van die canon, tot de dag van ontbinding van de overeenkomst. Overigens is de gemeente tot geen enkele vergoeding, hoe dan ook verplicht. 7.. Onder voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen worden niet verstaan: funderingsrestanten, puin of andere restanten van bouwkundige aard, noch de aanwezigheid van de draagkracht van de grond beinvloedende omstandigheden, noch stobben van bomen of struiken. 8.. Ten tijde dat de erfpacht wordt beëindigd alsmede in de gevallen als bedoeld in artikel 23 heeft de gemeente het recht een nieuw bodemonderzoek van de erfpachtgrond uit te voeren op kosten van erfpachter. 9.. De erfpachter vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden en/of de gemeente zelf op vergoeding van schade - waaronder begrepen eventuele kosten van sanering - als gevolg van bodemverontreiniging die na de ingangsdatum van de erfpacht is ontstaan. Het in lid 2 bedoelde rapport geeft - behoudens tegenbewijs - de mate van bodemverontreiniging op de ingangsdatum van de erfpacht weer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel