Naar hoofdinhoud

Artikel 38

Opstalrecht voor kabels en leidingen

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden registergoederen 1994

1.. Wanneer in het vestigingsbesluit/de overeenkomst is opgenomen dat een opstalrecht voor kabels en leidingen wordt gevestigd, geldt ter zake het in dit artikel bepaalde. 2.. Ten laste van de erfpacht van een daartoe in het vestigingsbesluit/de overeenkomst aangeduid gedeelte van de erfpachtgrond en ten behoeve van de in het vestigingsbesluit/de overeenkomst aangegeven begunstigde wordt gevestigd een opstalrecht, inhoudende het recht om nutsvoorzieningen aan te leggen, te hebben, te houden, te inspecteren, te onderhouden en te vernieuwen, alsmede inhoudende het recht van gebruik van aangrenzende - in redelijk onderling overleg vast te stellen - stroken grond als zogenaamde werkstroken. 3.. Bij dit opstalrecht wordt bepaald dat op respectievelijk in of boven dat gedeelte van de erfpachtgrond geen bouwwerken mogen worden opgericht, noch een gesloten wegdek mag worden aangebracht, ontgrondingen worden verricht of bomen, dan wel diepwortelende struiken worden geplant, of aan derden toestemming tot zulk een handeling worden verleend. Voor de vestiging van dit beperkte recht is de begunstigde geen enkele vergoeding verschuldigd. 4.. De kosten van het vestigen van het opstalrecht komen ten laste van erfpachter. Met deze kosten en de bezwaring met dit recht is rekening gehouden bij de bepaling van de verkoopwaarde. Eventuele uitvoeringsschade na de aflevering zal volgens de gebruikelijke normen worden vergoed.

Rechtspraak bij dit artikel