Alle geschillen die naar aanleiding van de overeenkomst, het vestigingsbesluit, de algemene voorwaarden of de akte van vestiging mochten ontstaan, van welke aard en omvang ook, daaronder mede begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd, zullen worden voorgelegd aan de volgens de wet bevoegde rechter, tenzij partijen ter zake van die geschillen alsnog een andere arbitrageregeling overeenkomen.