Naar hoofdinhoud

Artikel 3 Vaststellen van de hoogte van de vergoeding

Artikel 3 Vaststellen van de hoogte van de vergoeding

Onderdeel van UITVOERINGSREGELING REISKOSTEN WOON-WERKVERKEER IN HET KADER VAN DE MKA

De vergoeding wordt als volgt berekend: Er wordt bij de vaste vergoeding uitgegaan van 214 reisdagen per jaar, mits de medewerker tenminste op 128 dagen naar dezelfde plaats van tewerkstelling reist. Wordt op minder dan 128 dagen gereisd, dan is het werkelijk aantal reisdagen bepalend voor de vergoeding. Bij een parttime dienstverband gelden deze dagen naar rato van het aantal dagen dat de medewerker formeel werkzaam is. Voor de reisafstand te voet of met de fiets wordt uitgegaan van de kortste route via de ANWB-routeplanner. Voor de reisafstand per openbaar vervoer wordt uitgegaan van het kortste traject van het openbaar vervoer. Door de volgens het eerste lid bepaalde aantal reisdagen te vermenigvuldigen met het aantal kilometers tussen de plaats van tewerkstelling van de medewerker en zijn woning, en vervolgens te vermeningvuldigen met de factor twee (heen-en terugreis), wordt het aantal kilometers woon-werkverkeer per jaar vastgesteld. De vergoeding per kilometer is gelijk aan de onbelast per kilometer te verstrekken reiskostenvergoeding (norm 2011: € 0,19 per kilometer) Ontvangt de medewerker ook een vergoeding voor woon-werkverkeer van de werkgever op basis van een andere regeling, dan wordt deze vergoeding in mindering gebracht van de hierboven bedoelde vaste vergoeding. De vergoeding van de woon-werkvergoeding, de fitnessvergoeding en de vakbondscontributie tezamen bedraagt maximaal de optelsom van de eindejaarsuitkering en de levensloopbijdrage. De vaste vergoeding wordt herrekend als de omstandigheden die op het aanvraagformulier staan vermeld tussentijds wijzigen. Bij gebruikmaken van het openbaar vervoer voor het woon- werkverkeer toont de medewerker dit aan via een uitdraai van de afgelegde trajecten met diens OV-Chipkaart. Er kan ook tussentijds getoetst worden of de medewerker bij het woon- werkverkeer nog steeds reist met de op het aanvraagformulier aangegeven wijze van vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel