Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toepassing inkomstenvrijlating

Onderdeel van Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2012

Het college past op de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag eenmalig een inkomstenvrijlating toe, als een uitkeringsgerechtigde legale inkomsten uit arbeid in deeltijd verworven heeft. De inkomstenvrijlating wordt één maal per bijstandperiode toegekend. Het college zet de inkomstenvrijlating in binnen 6 maanden na aanvang van de werkzaamheden. De inkomstenvrijlating wordt in alle gevallen toegepast, omdat geacht wordt dat betaalde werkzaamheden in alle gevallen een bijdrage leveren aan de arbeidsinschakeling. Voor toepassing van een inkomstenvrijlating moeten de inkomsten uit arbeid in deeltijd als bedoeld in het eerste lid, tezamen met andere inkomensbestanddelen, niet hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag. Het college past vanaf de aanvangsdatum de inkomstenvrijlating gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden toe, ongeacht of een uitkeringsgerechtigde in die periode in alle maanden inkomsten uit arbeid verwerft. Dit artikel is niet van toepassing op uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel