Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Inkomstenvrijlating alleenstaande ouders

Onderdeel van Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2012

Het college past op de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag eenmalig een inkomstenvrijlating alleenstaande ouders toe, als een uitkeringsgerechtigde legale inkomsten uit arbeid in deeltijd verworven heeft. Het college bepaalt of een uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder recht heeft op inkomstenvrijlating. Het college zet de inkomstenvrijlating in binnen 6 maanden na aanvang van de werkzaamheden. Voor toepassing van een inkomstenvrijlating alleenstaande ouders moeten de inkomsten uit arbeid in deeltijd als bedoeld in het eerste lid, tezamen met andere inkomensbestanddelen, niet hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag. Het college past de inkomstenvrijlating gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden toe, ongeacht of een uitkeringsgerechtigde in die periode in alle maanden inkomsten uit arbeid verwerft. Dit artikel is niet van toepassing op uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel