In deze regeling wordt verstaan onder:
werkgever:de gemeente Venlo;
deelnemer:de medewerker van de oude gemeente
Tegelen, die deelneemt aan de spaarloonregeling, waarop dit
reglement van toepassing is;
partner/echtgenoot:onder partner respectievelijk
echtgenoot wordt verstaan de niet duurzaam gescheiden
levende echtgenoot dan wel geregistreerd partner, alsmede de
ongehuwde meerderjarige persoon waarmee de werknemer
duurzaam een gezamenlijke huishouding voert en voorts
voldoet aan de vereisten zoals omschreven in artikel 1.2 Wet
inkomstenbelasting 2001;
spaarloon:een bedrag dat ingevolge een inhouding
op het brutoloon van de deelnemer respectievelijk een
toekenning door de werkgever aan de deelnemer op de speciale
spaarrekening ten name van de deelnemer is gestort;
bank:een door de deelnemer gekozen Rabobank;
speciale spaarrekening:de door de bank ten name
van de deelnemer geopende speciale spaarrekening, waarop het
spaarloon alsmede de op het tegoed gekweekte rente worden
bijgeschreven;
Aan de spaarloonregeling mag worden deelgenomen door alle
personeelsleden die ambtenaar zijn.
Deelnemer wordt men door het invullen en ondertekenen van
een deelnameformulier, dat bij de werkgever moet worden
ingeleverd.
De deelneming eindigt:
bij beëindiging van het dienstverband tussen de
werkgever en de deelnemer;
bij schriftelijke opzegging door de deelnemer;
bij faillissement van de deelnemer;
bij daadwerkelijk verhaal op basis van een
executoriale titel ten laste van deelnemer;
bij van toepassing verklaring van een wettelijke
schuldsaneringsregeling op de deelnemer;
bij uitsluiting door de werkgever wegens verpanding,
bezwaring of vervreemding als genoemd in artikel
10.
Het in te houden dan wel toe te kennen spaarloon zal
tenminste € 11,34 per maand moeten bedragen en zal ten
hoogste € 613 per jaar mogen belopen.Het op de speciale
spaarrekening van de deelnemer te storten bedrag zal per
kalenderjaar niet meer mogen bedragen dan het in artikel 31,
eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964
genoemde maximum. Op de speciale spaarrekening mogen alleen
stortingen worden verricht indien voldaan wordt aan de
voorwaarden zoals vermeld in artikel 31, eerste lid,
onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Bij arbeidsongeschiktheid van de deelnemer wordt het
spaarloon ingehouden van de uitkeringen krachtens de
Ziektewet, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voor zover deze
uitkeringen geschieden door bemiddeling van de werkgever en
op deze uitkeringen de witte tabel in het kader van de Wet
op de loonbelasting van toepassing is.Indien en voorzover de
evengenoemde uitkeringen niet door bemiddeling van de
werkgever geschieden, wordt de inhouding opgeschort tot het
tijdstip, waarop de deelnemer zijn werkzaamheden
hervat.
Het spaarloon wordt na inhouding door de werkgever op de
speciale spaarrekening ten name van de deelnemer bij de bank
gestort.
Het is de deelnemer niet toegestaan gelden rechtstreeks op
zijn speciale spaarrekening te storten of te doen storten,
anders dan de op de in lid 1 vermelde wijze.
Behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 1, dient het
spaarloon gedurende 4 kalenderjaren, gerekend vanaf 1
januari volgend op het jaar van storting, op de speciale
spaarrekening te blijven staan.
Uiterlijk in de maand februari van elk jaar zal het
spaarloon, dat gedurende 4 kalenderjaren op de speciale
spaarrekening heeft uitgestaan, naar de vrije rekening ten
name van de deelnemer worden overgeboekt.
Voor het opnemen van spaarloon, dat korter dan 4
kalenderjaren op de speciale spaarrekening heeft uitgestaan,
is goedkeuring van de bank vereist.
De in lid 1 van dit artikel genoemde goedkeuring wordt
verleend door het afgeven van een formulier “Aanvraag
overboeking Rabo Spaarloonrekening” en wel uitsluitend:
bij besteding ten behoeve van de in artikel 7
genoemde doeleinden;
bij beëindiging van het dienstverband tussen de
werkgever en de deelnemer wegens overlijden van de
deelnemer zoals vermeld in artikel 9.
Het opnemen van spaarloon ten laste van de speciale
spaarrekening anders dan in de gevallen genoemd in artikel 7
(bestedingsdoeleinden) is niet toegestaan.
Bij het opnemen of overboeken van spaarloon als bedoeld in
lid 1 van dit artikel, zullen steeds de laatst bijgeschreven
bedragen geacht worden te zijn opgenomen of
overgeboekt.
Als bestedingsdoel wordt erkend:
verwerving door de deelnemer of diens partner, van een eigen
woning als bedoeld in artikel 3.111, eerste lid van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
door de deelnemer te betalen premies (koopsommen), anders
dan bijdragen ingevolge een pensioenregeling, die
verschuldigd zijn ingevolge een lijfrenteovereenkomst zoals
hierna omschreven in artikel 8 lid 1;
premies, anders dan bijdragen ingevolge een
pensioenregeling, die verschuldigd zijn ingevolge een
kapitaalsverzekeringsovereenkomst zoals hierna omschreven
onder artikel 8 lid 2;
de door de deelnemer vrijwillig te betalen premies ingevolge
een pensioenregeling in de zin van de Wet op de
loonbelasting 1964;
financiering van scholingsuitgaven door de deelnemer voor
het volgen van:
een opleiding of studie door de deelnemer met het
oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning
met uitzondering van kosten:
die verband houden met een werk- of
studeerruimte, daaronder begrepen de
inrichting;
van binnenlandse reizen voorzover die meer
bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in
artikel 15b, eerste lid, onderdeel a van de Wet op
de loonbelasting 1964.
cursussen, congressen, seminars, symposia,
excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door
de deelnemer ter behoorlijke vervulling van de
dienstbetrekking;
opnames ter zake van compensatie van niet genoten loon door
de deelnemer als gevolg van opname van (gedeeltelijk)
onbetaald verlof, tot maximaal 50% van het niet genoten
loon, mits de dienstbetrekking ten tijde van het
(gedeeltelijk) onbetaald verlof ongewijzigd blijft
voortbestaan. Voor de toepassing van dit artikel wordt het
door de werknemer genoten loon in aanmerking genomen, met
inachtneming dat artikel 11, eerste lid, onderdeel j van de
Wet op de loonbelasting 1964 geen toepassing vindt en dat
tantièmes en toevallige bijzondere beloningen, alsmede tot
het loon behorende aanspraken niet in aanmerking worden
genomen;
opnames voor de start van activiteiten uit welke de
deelnemer vermoedelijk als ondernemer in de zin van artikel
3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, winst uit
onderneming als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 zal gaan genieten. De aanwezigheid
van deze activiteiten moet blijken uit een beschikking die
op verzoek van de deelnemer door de inspecteur wordt
afgegeven.De periode van zes maanden wordt verlengd met de
periode welke ligt tussen het moment waarop door de
deelnemer een beschikking is aangevraagd en het moment
waarop die beschikking door de inspecteur wordt afgegeven.
een zesde deel van de aan de deelnemer of zijn partner in
rekening gebrachte kosten voor kinderopvang als bedoeld in
artikel 16c, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting
1964.
Met betrekking tot de in dit artikel genoemde bestedingen zullen
maximaal twee opnames per jaar ten laste van de speciale
spaarrekening worden toegestaan.
Rechtstreekse (periodieke) betalingen, gedaan als betalingen
overeenkomstig de in dit artikel onder a tot en met h genoemde
bestedingsdoeleinden, worden gelijkgesteld met bestedingen ten laste
van de speciale spaarrekening.
Onder een lijfrenteovereenkomst wordt verstaan een
overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente als
bedoeld in artikel 3.124 onderdeel b, en artikel 3.125,
eerste lid, onderdeel a, c en d van de Wet
inkomstenbelasting 2001 is verzekerd bij een verzekeraar als
bedoeld in artikel 3.126 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De polis dient onbezwaard deel uit te maken van het vermogen
van de deelnemer of dat van zijn echtgenoot en de termijnen
voor de lijfrente, behoudens in geval van overlijden, kunnen
niet eerder ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies
zijn voldaan.
Onder een kapitaalverzekeringsovereenkomst wordt verstaan
een overeenkomst van levensverzekering waarbij een
kapitaalsuitkering bij in leven zijn, is verzekerd, en
waarbij eventueel, bij dezelfde overeenkomst, vrijstelling
van premiebetaling bij invaliditeit, ziekte of ongeval is
overeengekomen, mits de polis onbezwaard deel uitmaakt van
het vermogen van de deelnemer of dat van zijn partner. Deze
overeenkomst moet:
voldoen aan artikel 1, eerste lid onderdeel b van de
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en zijn
aangegaan met een levensverzekeraar als bedoeld in
onderdeel g van dat lid;
door de deelnemer of zijn partner zijn gesloten op
het leven van de deelnemer, zijn partner of kinderen
voor wie de deelnemer of zijn partner op 1 januari
van het jaar waarin de premie is voldaan recht had
op kinderbijslag ingevolge de Algemene
Kinderbijslagwet of die zelf recht hadden op
studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van de Wet
op de studiefinanciering;
voor zover het tijdstip van uitkering niet wordt
bepaald door het overlijden van de verzekerde,
voorzien in een looptijd van tenminste vier
jaren.
Als premies ingevolge een kapitaalverzekeringsovereenkomst
worden mede aangemerkt: regelmatige inleggingen bij een
instelling als bedoeld in artikel 2, achtste lid van de
Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en
winstdelingsregelingen, waartoe de deelnemer of zijn partner
zich ingevolge een overeenkomst tot sparen met
levensverzekering heeft verplicht. Het onder 2 bepaalde
vindt overeenkomstige toepassing.
Indien de deelneming aan de spaarloonregeling eindigt wegens
beëindiging van het dienstverband tussen de werkgever en de
deelnemer door het overlijden van de deelnemer, zal de
speciale spaarrekening worden opgeheven.Aan diens
rechtverkrijgende(n) zal goedkeuring worden verleend tot het
opnemen van het op de speciale spaarrekening uitstaande
spaarloon, onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit
artikel.
Indien de deelneming aan de spaarloonregeling eindigt wegens
beëindiging van het dienstverband tussen de werkgever en de
deelnemer om andere redenen dan het overlijden van de
deelnemer zal ter keuze van de deelnemer:
de speciale spaarrekening worden aangehouden. Het
bepaalde in dit reglement blijft voor zover van
toepassing onverminderd van kracht;
de speciale spaarrekening worden opgeheven en aan de
deelnemer goedkeuring worden verleend tot het
opnemen van het op de speciale spaarrekening
uitstaande spaarloon, onverminderd het bepaalde in
lid 2 van dit artikel.
Indien het spaarloon door de deelnemer of diens
rechtverkrijgende(n) is opgenomen bij beëindiging van het
dienstverband, daaronder begrepen het overlijden van de
deelnemer, wordt voor de toepassing van de Wet op de
loonbelasting 1964 en de Coördinatiewet Sociale Verzekering
voor elke volle maand gedurende welke het spaarloon binnen
een termijn van 4 jaren is opgenomen een evenredig deel van
het spaarloon aangemerkt als loon, niet zijnde
spaarloon.
Het is de deelnemer niet toegestaan zijn door de speciale
spaarre-kening aangewezen vordering op de bank geheel of
gedeeltelijk te verpanden, te bezwaren of te vervreemden.De
werkgever heeft in voorkomende gevallen het recht de deelnemer van
verdere deelneming aan de spaarloonregeling uit te sluiten.
De op de speciale spaarrekening gekweekte rente zal jaarlijks op
deze rekening worden bijgeschreven. Nadat rentebijschrijving heeft
plaatsgevonden kan de deelnemer te allen tijde over deze rente
beschikken, zonder dat voorafgaande goedkeuring vereist is.
Uiterlijk in de maand februari van elk jaar zal de rente, die
gedurende 4 kalenderjaren op de speciale spaarrekening heeft
uitgestaan, naar de vrije rekening ten name van de deelnemer worden
overgeboekt.
De bank zal uiterlijk in de maand februari van elk jaar aan iedere
deelnemer een opgave zenden van de mutaties op zijn speciale
spaarrekening in het voorafgaande jaar, de in dat jaar gekweekte
rente en de grootte van het spaartegoed per 31 december van dat
jaar. Overzichten van deze saldo-opgaven zullen door de bank aan de
werkgever worden gezonden.
Voor de medewerker, die op 31 december 2000 deel nam aan de
spaarloonregeling van een van de opgeheven gemeenten Venlo,
Tegelen en Belfeld (Wet van 13 september 2000 tot
samenvoeging van de gemeenten Venlo, Tegelen en Belfeld)
blijft de toenmalige spaarloonregeling van kracht.
De medewerker, bedoeld in het eerste lid, heeft de
mogelijkheid tot deelname aan deze spaarloonregeling.