In deze regeling wordt verstaan onder:
werkgever:de gemeente Venlo;
deelnemer:de medewerker die overeenkomstig het
bepaalde in artikel 3 vrijwillig deelneemt aan deze
regeling;
partner/echtgenoot:
de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot;
ongehuwde meerderjarige die met de ongehuwde
meerderjarige deelnemer in het kalenderjaar
gedurende meer dan zes maanden onafgebroken een
gezamenlijke huishouding voert en gedurende die tijd
op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in de
basisadministratie persoonsgegevens en samen en
uitsluitend met de deelnemen in het kalenderjaar
kiest voor de kwalificatie als partner als bedoeld
in artikel 1:2, eerste lid van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
bank:SNS bank;
spaarbedrag:het bedrag dat de deelnemer
overeenkomstig deze regeling spaart, doch maximaal het in
artikel 31, tweede lid, letter f van de Wet op de
loonbelasting 1964 vermelde bedrag;
spaarloonrekening:de door de Bank ten name van de
deelnemer geopende rekening, waarop uitsluitend het
spaarbedrag wordt geadministreerd.
De spaarloonregeling heeft tot doel de spaarzin en de
vorming van duurzaam bezit bij de deelnemers te
bevorderen.
Teneinde het in lid 1 van dit artikel omschreven doel te
bereiken, zal het door de werkgever op verzoek van de
deelnemer op het (bruto)loon in de zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering van de deelnemer ingehouden spaarbedrag
op de spaarloonrekening ten name van de deelnemer worden
gestort.
Deelname aan de spaarloonregeling staat open voor alle
werknemers die op 1 januari van het jaar tot de Werkgever in
dienst staan of geacht worden in dienst te staan door middel
van een dienstverband. Voorwaarde is dat de Werkgever voor
de werknemer vanaf 1 januari van het jaar van deelname de
algemene heffingskorting toepast.
Deelname is niet toegestaan indien de deelname uitsluitend
is opengesteld voor een werknemer die enig werknemer is (of
samen met zijn Partner enig werknemer is) van de
vennootschap, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in
aandelen is verdeeld en waarin hij, al dan niet tezamen met
zijn Partner en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte
lijn, direct of indirect, voor ten minste eenderde gedeelte
van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is.
Deelnemer wordt men door het invullen en ondertekenen van
een deelnameformulier, welke bij de werkgever moet worden
ingeleverd.
Toetreding tot de spaarloonregeling kan plaatsvinden een
maand na aanmelding.
De deelname eindigt:
bij beëindiging van het dienstverband tussen de
werkgever en de deelnemer;
bij schriftelijke opzegging door de deelnemer;
bij faillissement van de deelnemer;
bij het van toepassing verklaren op de deelnemer van
een wettelijke schuldsaneringsregeling;
bij beslaglegging ten laste van de deelnemer;
bij uitsluiting door de werkgever wegens cessie of
bezwaring als genoemd in artikel 17;
indien ingevolge het bepaalde in artikel 3, lid 1,
tweede volzin, deelname niet langer is
toegestaan.
Bij de uitbetaling van loon aan de Deelnemer aan deze
regeling, houdt de Werkgever een bedrag in als tussen de
Deelnemer en de Werkgever overeengekomen.
Onder loon wordt voor de toepassing van deze regeling
verstaan: loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering.
Het totaal van het op grond van deze regeling op het loon
van de Deelnemer ingehouden Spaarbedrag, bedraagt per
kalenderjaar niet meer dan € 613.
Een Deelnemer kan de hoogte van het Spaarbedrag slechts
eenmaal per kalenderjaar wijzigen. De gewijzigde hoogte van
het Spaarbedrag moet door de Deelnemer tenminste één maand
tevoren schriftelijk aan de Werkgever worden opgegeven.
Het spaarbedrag wordt door de werkgever onmiddellijk na de
inhouding overgemaakt op de spaarloonrekening.
Het spaarbedrag mag door de deelnemer niet worden vervreemd
of bezwaard.
Het is de deelnemer niet toegestaan zelf rechtstreeks gelden
op de spaarloonrekening te storten.
De deelnemer zal over het spaarbedrag mogen beschikken, mits
het spaarbedrag:
gedurende ten minste vier jaren op de
spaarloonrekening heeft uitgestaan;
wordt besteed ten behoeve van een in artikel 8, lid
1, genoemd bestedingsdoel.
De deelnemer dient een formulier, houdende een verzoek tot
goedkeuring van een geheel of gedeeltelijke opname van het
saldo van de spaarloonrekening, het zogenaamde
“deblokkeringsformulier”, in te vullen en te ondertekenen en
vergezeld van de benodigde bewijsstukken met betrekking tot
het bestedingsdoel, aan de werkgever te overleggen.
Het deblokkeringsformulier wordt, indien geaccordeerd door
de werkgever, doorgezonden aan de bank.
Bij het beschikken over (een gedeelte van) het saldo van de
spaarloonrekening zullen steeds de laatst bijgeschreven bedragen
geacht worden het eerst te zijn opgenomen.
De doeleinden als bedoeld in artikel 6 waarvoor het
spaarbedrag mag worden besteed zijn:
verwerving door de deelnemer of diens partner van
een eigen woning als bedoeld in artikel 3:111, lid 1
van de Wet inkomstenbelasting 2001, mits de
besteding geschiedt binnen zes maanden nadat de
eigen woning is verworven;
door de deelnemer te betalen premies, anders dan
bijdragen ingevolge een pensioenregeling, welke
verschuldigd zijn ingevolge een overeenkomst van een
levensverzekering waarbij een lijfrente als bedoeld
in artikel 3:124, letter b, en artikel 3.125, eerste
lid, letter a, c en d van de Wet inkomstenbelasting
2001 is verzekerd bij een verzekeraar als bedoeld in
artikel 3:126 van de Wet inkomstenbelasting 2001,
mits de polis onbezwaard deel uitmaakt van het
vermogen van de deelnemer of dat van zijn echtgenoot
en de termijnen voor de lijfrente, behoudens ingeval
van overlijden, niet eerder kunnen ingaan dan in het
vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan;
premies, anders dan bijdragen ingevolge een
pensioenregeling, welke verschuldigd zijn ingevolge
een overeenkomst van levensverzekering waarbij een
kapitaalsuitkering bij in leven zijn is verzekerd,
en de voldane premies voor bij dezelfde overeenkomst
overeengekomen vrijstelling van premiebetaling bij
invaliditeit, ziekte of ongeval, mits de polis
onbezwaard deel uitmaakt van vermogen van de
deelnemer of dat van zijn partner als bedoeld in
artikel 1.2, eerste lid van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
door de deelnemer vrijwillig te betalen premies
ingevolge een pensioenregeling. Bedragen die worden
ingehouden op het loon als vrijwillig te betalen
premies ingevolge een pensioenregeling worden voor
de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met
bestedingen ten laste van de spaarloonregeling;
lid 1 van dit artikel, onder b, c en d, zijn van
overeenkomstige toepassing op naar een
lijfrentespaarrekening, bedoeld in artikel 3.126a
van de Wet inkomstenbelasting 2001, overgemaakte
bedragen, alsmede op naar een beheerder van een
lijfrentebeleggingsrecht, bedoeld in artikel 3.126a
van de Wet inkomstenbelasting 2001, overgemaakte
bedragen ter verkrijging van rechten van
deelneming;
ten behoeve van activiteiten als beginnend
ondernemer, als bedoeld in artikel 10;
ter compensatie van het loon dat niet is genoten
door de deelnemer als gevolg van de opname van
onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof,
onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 11;
ten behoeve van studiekosten, als bedoeld in artikel
12;
ten behoeve van de kosten van kinderopvang met een
maximum van een zesde van de bij de deelnemer of
partner in rekening gebrachte kosten voor
kinderopvang zoals bedoeld in de Wet op de
loonbelasting 1964.
Met een eigen woning als bedoeld in artikel 3:111, lid 1 van
de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt bedoeld: een gebouw,
een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen in
de zin van artikel 1 van de Woningwet, of een gedeelte van
een gebouw, een schip of een woonwagen, met de daartoe
behorende aanhorigheden, voorzover dat, anders dan ten
behoeve van een onderneming, de belastingplichtige of
personen die behoren tot zijn huishouden anders dan
tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond
van:
eigendom, waaronder begrepen economische eigendom,
of een recht van lidmaatschap van een coöperatie,
indien met betrekking tot die woning de
belastingplichtige of zijn partner de voordelen
geniet, de kosten en lasten op de belastingplichtige
of zijn partner drukken en de waardeverandering hen
grotendeels aangaat;
een recht van vruchtgebruik, een recht van bewoning
of een recht van gebruik dat de belastingplichtige
krachtens erfrecht heeft verkregen, indien met
betrekking tot die woning de belastingplichtige de
voordelen geniet en de kosten en lasten op hem
drukken.
Rechtstreekse betaling door de werkgever aan de deelnemer
van het spaarbedrag, mits aangewend door de deelnemer voor
een bovengenoemd bestedingsdoel worden gelijkgesteld met het
beschikken door de deelnemer over het tegoed van de
spaarloonrekening als bedoeld in de aanhef van lid 1 van dit
artikel.
Met betrekking tot de in lid 1 van dit artikel, onder b, c
,d en e, alsmede g, h en i genoemde bestedingen zijn per
kalenderjaar maximaal twee opnamen in totaal ten laste van
de spaarloonrekening toegestaan. Indien de bank met de in
artikel 9, lid 1, letter a bedoelde verzekeringsmaatschappij
anders luidende incasso afspraken heeft gemaakt, is met
betrekking tot de bestedingen als bedoeld in lid 1 van dit
artikel, letter b, c en d, het bepaalde in de vorige volzin
niet van toepassing.
De in artikel 8, lid 1, onder c bedoelde overeenkomst van
levensverzekering moet:
voldoen aan artikel 1, eerste lid, letter b van de
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en zijn
aangegaan met een levensverzekeraar als bedoeld in
letter g van dat lid;
door de deelnemer of zijn partner uiterlijk op 1
januari volgend op het jaar waarin de eerste premie
voor de overeenkomst is voldaan, zijn gesloten op
zijn eigen leven dan wel op dat van zijn partner of
kinderen waarvoor de deelnemer of zijn partner op 1
januari van het jaar waarin de premie is voldaan,
recht had op kinderbijslag ingevolge de Algemene
Kinderbijslagwet of die zelf recht hadden op
studiefinanciering, ingevolge hoofdstuk II van de
Wet op de studiefinanciering, ingevolge hoofdstuk II
van de Wet op de studiefinanciering;
voorzover het tijdstip van de uitkering niet wordt
bepaald door het overlijden van de verzekerde,
voorzien in een looptijd van ten minste vier
jaren.
Voor de toepassing van artikel 8 worden mede aangemerkt, als
ingevolge een overeenkomst van levensverzekering
verschuldigde premie, regelmatige inleggingen bij een
instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de
Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en
winstdelingsregelingen, waartoe de deelnemer of zijn
partner, zich ingevolge een overeenkomst tot sparen met
levensverzekering heeft verplicht.
Rechtstreekse betalingen van premies voor
levensverzekeringen als bedoeld in artikel 8, lid 1, letter
b en c, en het eerste lid van dit artikel, en van
inleggingen voor een spaarovereenkomst door de deelnemer als
bedoeld in het tweede lid van dit artikel, worden geacht
eerst te zijn gestort op de spaarloonrekening en vervolgens
te zijn voldaan ten laste van die rekening.
Ten aanzien van de in artikel 8, letter f, bedoelde
activiteiten als vermoedelijk ondernemer, geldt dat opname
van het saldo van de spaarloonrekening is toegestaan binnen
zes maanden nadat de deelnemer activiteiten is gestart uit
welke de deelnemer vermoedelijk, als ondernemer in de zin
van artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, winst
uit onderneming als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 zal genieten. Deze periode van zes
maanden wordt verlengd met de periode welke ligt tussen het
moment waarop door de deelnemer een beschikking als bedoeld
in lid 28 van dit artikel wordt aangevraagd en het moment
waarop die beschikking wordt afgegeven door de
Inspecteur.
Opname van de gelden is pas mogelijk nadat de deelnemer een
verklaring van vermoedelijk ondernemerschap heeft overlegd.
De deelnemer kan deze verklaring aanvragen bij de
Belastingdienst. In deze verklaring dient te zijn opgenomen
de datum waarop de activiteiten zoals bedoeld in het eerste
lid van dit artikel zijn gestart en de datum waarop de
periode van zes maanden als bedoeld in het eerste lid van
dit artikel, eindigt.
Aangenomen wordt dat de activiteiten zijn gestart op het
moment waarop de inschrijving in het register van de Kamer
van Koophandel heeft plaatsgevonden dan wel had moeten
plaatsvinden. Voor ondernemingen die niet kunnen worden
ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel
moet de datum waarop de activiteiten zijn gestart worden
bepaald aan de hand van de feiten en omstandigheden.
Ten aanzien van de in artikel 8, letter f, bedoelde
besteding van ingehouden spaargelden, ter zake van
compensatie van loon dat niet is genoten door de deelnemer
geldt dat het loon dat niet is genoten een gevolg moet zijn
van de opname van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald
verlof door de deelnemer en de dienstbetrekking, als bedoeld
in artikel 3, lid 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 ten
tijde van het onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald
verlof ongewijzigd dient te blijven voortbestaan.
Voor de toepassing van dit artikel kan ten hoogste worden
aangemerkt als opgenomen ter compensatie van het loon dat
niet is genoten door de deelnemer als gevolg van de opname
van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof door
de deelnemer, 50% van het bedrag waarmee het door de
deelnemer genoten loon is verminderd als gevolg van de
opname van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof
door de deelnemer.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het door de
deelnemer genoten loon in aanmerking genomen met
inachtneming van het volgende:
artikel 11, eerste lid, letter j van de Wet op de
loonbelasting 1964 vindt geen toepassing;
tantièmes en toevallige bijzondere beloningen,
alsmede tot het loon behorende aanspraken worden
niet in aanmerking genomen.
Rechtstreekse betalingen aan de deelnemer, als bedoeld in
het eerste lid van dit artikel, mogen voor de toepassing van
dit artikel worden gelijkgesteld met opnamen ten laste van
de spaarloonrekening.
Onder studiekosten als bedoeld in artikel 8, letter g, wordt
verstaan:
de kosten van het volgen van een opleiding of studie
door de deelnemer, met het oog op het verwerven van
inkomen uit werk en woning, met uitzondering van
kosten:
die verband houden met een werk- of
studeerruimte, daaronder begrepen de
inrichting;
van binnenlandse reizen voorzover die meer
bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in
artikel 15b, eerste lid, letter a van de Wet op de
loonbelasting 1964;
cursussen, congressen, seminars, symposia,
excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door
de deelnemer ter behoorlijke vervulling van de
dienstbetrekking.
Rechtstreekse betalingen, als bedoeld in het eerste lid van
dit artikel, welke drukken op de deelnemer, mogen voor de
toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met
bestedingen ten laste van de spaarloonrekening.
De op de spaarloonrekening gekweekte rente zal jaarlijks naar de
vrije rekening ten name van de deelnemer worden overgeboekt.
De bank zal aan iedere deelnemer periodiek een opgave zenden van de
mutaties op de spaarloonrekening, en jaarlijks opgave doen van de
gekweekte rente en de grootte van het tegoed van de
spaarloonrekening.
Het spaarbedrag dat gedurende minimaal vier jaren op de
spaarloonrekening heeft uitgestaan zal naar de vrije rekening ten
name van de deelnemer worden overgeboekt.
Indien de deelname eindigt wegens beëindiging van het
dienstverband tussen de werkgever en de deelnemer door het
overlijden van de deelnemer, zal ter keuze van de
rechtverkrijgenden van de deelnemer:
de spaarloonrekening worden aangehouden. Het
bepaalde in dit reglement blijft, voor zover van
toepassing, onverminderd van kracht; ofwel
de spaarloonrekening worden opgeheven. Aan de
rechtverkrijgenden van de deelnemer wordt
goedkeuring verleend tot het opnemen van het saldo
van de spaarloonrekening. Lid 5 van dit artikel
vindt overeenkomstige toepassing.
Indien de deelname eindigt wegens beëindiging van het
dienstverband tussen de werkgever en de deelnemer om een
andere reden, welke de deelnemer niet kunnen worden
verweten, dan in lid 1 van dit artikel genoemde
omstandigheid, zal ter keuze van de deelnemer:
de spaarloonrekening worden aangehouden. Het
bepaalde in dit reglement blijft, voor zover van
toepassing, onverminderd van kracht; ofwel
de spaarloonrekening worden opgeheven. Lid 5 van dit
artikel vindt overeenkomstige toepassing.
Indien deelname aan deze regeling eindigt door opzegging
door de deelnemer dient de spaarloonrekening te worden
aangehouden. Het bepaalde in de artikel 6 tot en met 17
blijft dan onverminderd van kracht.
Indien deelname eindigt door:
faillissement van de deelnemer;
het van toepassing verklaren op de deelnemer van een
wettelijke schuldsaneringsregeling;
beslaglegging ten laste van de deelnemer, zal de
spaarloonrekening worden opgeheven. Het gehele
spaarbedrag vormt op het moment waarop de deelname
eindigt loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering en de Wet op de loonbelasting 1964.
Indien de spaarloonrekening als bedoeld in lid 1 en 2 van
dit artikel wordt opgeheven, wordt het gehele spaartegoed op
de spaarloonrekening, op verzoek van de werkgever, naar de
werkgever overgemaakt. Een evenredig deel van het
spaarbedrag, te weten 1/48 deel per volle maand dat het
spaarbedrag op de spaarloonrekening heeft uitgestaan, zal
vervolgens onbelast door de werkgever aan de deelnemer, dan
wel aan de rechtverkrijgenden van de deelnemer, worden
uitbetaald. Het meerdere wordt op het moment van uitbetaling
aangemerkt als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering en de Wet op de loonbelasting 1964.
Indien in strijd met dit reglement door de deelnemer over
het spaarbedrag wordt beschikt, vormt het gehele spaarbedrag
op dat moment loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale
Verzekeringen en de Wet op de loonbelasting 1964. Het
bepaalde in de vorige volzin is geen verruiming van de
beschikkings- c.q. bestedingsmogelijkheid als bedoeld in de
artikel 6, 8 tot en met 12 en 17. Beschikken over het
spaarbedrag is slechts mogelijk op de wijze en onder de
voorwaarden als omschreven in de aangehaalde artikelen.
Door ondertekening van het deelnameformulier verklaart de
deelnemer zich onherroepelijk akkoord met het in dit artikel
gestelde.
Het is deelnemer niet toegestaan zijn op de
spaarloonrekening uitstaande spaarbedrag geheel of
gedeeltelijk over te dragen of in onderpand te geven aan
derden, dan wel op enigerlei andere wijze ten behoeve van
derden te bezwaren.
Overtreding van het in lid 1 van dit artikel bepaalde zal
zijn een beschikken over het spaarbedrag in strijd met dit
reglement en het in artikel 16, lid 6, bepaalde zal van
toepassing zijn. De werkgever heeft het recht de deelnemer
van verdere deelname aan de spaarloonregeling uit te
sluiten.
Voor de medewerker, die op 31 december 2000 deel nam aan de
spaarloonregeling van een van de opgeheven gemeenten Venlo,
Tegelen en Belfeld (Wet van 13 september 2000 tot
samenvoeging van de gemeenten Venlo, Tegelen en Belfeld)
blijft de toenmalige spaarloonregeling van kracht.
De medewerker, bedoeld in het eerste lid, heeft de
mogelijkheid tot deelname aan deze spaarloonregeling.
Verwijzingen
- artikel 1 van de Woningwet
- artikel 12
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 15b
- artikel 3
- artikel 8
- artikel 3
- artikel 8
- artikel 17
- artikel 6
- artikel 31
- artikel 3
- artikel 11
- artikel 9
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 8
- artikel 6
- artikel 15
- artikel 3
- artikel 8
- artikel 10
- artikel 1
- artikel 11
- artikel 1
- artikel 8
- artikel 16
- artikel 8
- artikel 6
- artikel 8
- artikel 1
- artikel 3