De in artikel 21a:1:1:1, eerste lid bedoelde betrekking wordt
opgeheven, indien de subsidie voor die betrekking, zoals die is
voortgezet vanaf 1 januari 2004, wordt beëindigd, dan wel wordt
verminderd tot een naar het oordeel van het college niet meer
verantwoord niveau in verhouding met de daaruit voortvloeiende
financiële consequenties voor de gemeente.
Indien de situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet,
wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:4, eerste lid ontslag
verleend, waarbij een opzegtermijn van drie maanden in acht wordt
genomen.
De artikelen 8:4, tweede en derde lid en 8:4:1, leden 1 tot en met
4 zijn op de ambtenaar niet van toepassing.
Regels bij organisatieverandering, als bedoeld in artikel 12:1:5,
tweede lid, zoals die nu of in de toekomst zullen komen te luiden,
zijn in geval van ontslag, op grond van het bepaalde in dit artikel,
niet van toepassing.
In het geval toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste
lid kan, indien in die samenhang naar het oordeel van het college
bedrijfs- of dienstbelangen dit noodzakelijk maken, een betrekking,
bedoeld in het eerste lid, waarvoor de aldaar bedoelde subsidiëring
niet geldt, worden opgeheven. Het bepaalde in de leden twee tot en
met vier is van overeenkomstige toepassing.