**1..** De burgemeester is bevoegd in het belang van de openbare orde,
veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of
meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel
2:28 a en 2:28 b geldende sluitingstijden vast te stellen of
tijdelijke sluiting te bevelen.
**2..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover sluiting op
grond van artikel 13b van de Opiumwet van toepassing is.
**3..** In geval het bevel van de burgemeester, genoemd in het eerste
lid, niet kan worden afgewacht, is de exploitant of beheerder
van een horecabedrijf verplicht op het door een ambtenaar van
politie gegeven bevel het verstrekken van eet- en/of drinkwaren
te staken of te doen staken en zijn horecabedrijf te sluiten of
te doen sluiten.
**4..** De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
toegangen van het horecabedrijf is aangebracht.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10.
Artikel 2:29
Vervroegde sluiting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft