**1..** Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.
**2..** Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden, gedurende de
tijd dat dit bedrijf krachtens het bepaalde in deze verordening,
dan wel anderszins, gesloten dient te zijn, zich daarin of
aldaar te bevinden.
**3..** Het is personen, die naar het oordeel van de burgemeester
misbruik van alcoholische drank plegen te maken of van slecht
zedelijk gedrag zijn na aanschrijving van de burgemeester
verboden zich in een horecabedrijf te bevinden.
**4..** Het in het derde lid bedoelde verbod kan tevens worden ingesteld
voor bepaalde aan te wijzen horecabedrijven, dan wel voor
horecabedrijven in een aan te wijzen gedeelte van de
gemeente.
**5..** Het verbod in het derde lid geldt voor een bepaalde periode,
welke niet langer is dan één jaar.
**6..** Het is de exploitant van een horecabedrijf verboden personen toe
te laten in zijn bedrijf aan wie de burgemeester een ontzegging
heeft opgelegd op grond van het derde lid en wier namen als
zodanig door de burgemeester schriftelijk aan die exploitant
zijn opgegeven.
**7..** De exploitant van het horecabedrijf is verplicht, indien een
persoon als bedoeld in het eerste lid zich in zijn horecabedrijf
bevindt en in gebreke blijft deze te verlaten, hiervan terstond
kennis te geven aan de politie.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10.
Artikel 2:30
Verboden gedragingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft