**1..** De burgemeester kan de vergunning of ontheffing, als bedoeld in deze afdeling, intrekken of wijzigen:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien dit op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, naar het oordeel van de burgemeester wenselijk wordt geacht gelet op het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen of de bepalingen van deze verordening niet zijn of worden nagekomen;
indien de voorschriften gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of de Wet milieubeheer en/of de artikelen van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en/of de maatwerkvoorschriften gebaseerd op het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer dan wel het in dat kader vastgesteld beleid niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een termijn van twaalf weken na verlening daarvan;
indien de exploitant dit verzoekt;
indien de exploitatie van het horecabedrijf/openbare inrichting voor een periode langer dan zestien weken is of wordt onderbroken;
indien er sprake is van strijd met regelgeving, daarop gebaseerde voorschriften of daarop gebaseerd beleid of anderszins vastgesteld beleid.
**2..** Indien het bedrijf, ten behoeve waarvan vergunning of ontheffing is verleend, wordt overgedragen aan een andere eigenaar, vervalt de vergunning of ontheffing, verleend aan de voorgaande eigenaar, van rechtswege.
Hoofdstuk
Artikel 2:27
f Intrekking, wijziging of vervallen van vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft