Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Bijbehorende bouwwerken bij woningen

Onderdeel van Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2012

Bijbehorende bouwwerken zijn te onderscheiden in verschillende categorieën: - aan- en uitbouwen (waaronder erkers en portalen); - bijgebouwen; - overige bouwwerken, geen gebouw zijnde (waaronder overkappingen en carports). Onderstaande bepalingen gelden zowel voor woningen binnen de bebouwde kom als voor woningen buiten de bebouwde kom. Het bijbehorend bouwwerk heeft tot gevolg dat de, op grond van het bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komende gronden, voor maximaal voor 50% bebouwd worden, met een maximum van 70 m2. in de vigerende bestemmingsplannen worden de voor bebouwing in aanmerking komende gronden veelal aangeduid als ‘te bebouwen erven’ of ‘erf’. Deze aanduidingen liggen buiten het bouwvlak. Het bijbehorend bouwwerk wordt minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd. Toelichting: om de kenmerken van de bestaande bebouwing en het straatbeeld te beschermen (o.a. straatprofiel en voortuin) wordt geen vergunning verleend voor bouwen met overschrijding van 3 m achter de voorgevelrooilijn. Voor bijgebouwen bedraagt de maximale goothoogte 3 m en de maximale bouwhoogte 3,5 m, of zoveel meer als toegelaten door het bestemmingsplan. Aan- en uitbouwen mogen maximaal 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw uitkomen en de maximale bouwhoogte is 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein. Aan- en uitbouwen die zijn voorzien van een kap hebben een maximale nokhoogte van 4 m en een maximale goothoogte van 3 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein. De vormgeving van de kap dient zoveel mogelijk aan te sluiten op die van het hoofdgebouw.

Rechtspraak bij dit artikel