Groenvoorzieningen die steun behoeven van een rasterwerk zijn toegestaan op de zijdelingse erfgrens en achterliggende erfgrens en uitsluitend 1 m achter de voorgevelrooilijn (doorgaans het terrein met de bestemming ‘tuin’) met een maximum hoogte van 2 m gemeten vanaf het maaiveld, mits dit rasterwerk een open structuur van minimaal 70 % heeft en natuurlijk van kleur is (bruin, groen, naturel). De ondersteuning dient wel binnen een redelijke termijn begroeid te zijn. In het rasterwerk is één toegangsdeur toegestaan van maximaal 2 m hoog en maximaal 1 m breed, mits deze natuurlijk van kleur is (bruin, groen, naturel). Een scharnierend rasterwerk telt ook als toegangsdeur.
Toelichting: het open en groene karakter van de gemeente dient zoveel mogelijk behouden te blijven. Het dichtzetten van erven met erfafscheidingen is daarom over het algemeen ongewenst. Zelfstandig staande groenvoorzieningen (coniferen/hagen/heggen) zijn geen bouwwerken en dus vergunningvrij, ongeacht de hoogte. Op grond van het besluit omgevingsrecht zijn op het voorerf erf- en perceelafscheidingen vergunningvrij toegestaan tot een hoogte van 1 m. Uit de praktijk blijkt dat bij woningen met een zijerf, welke naar de openbare weg is gekeerd de behoefte bestaat het zijerf met een erfafscheiding hoger dan 1 m af te bakenen om zo maximaal gebruik van het perceel te kunnen maken, waarbij de privacy gewaarborgd blijft. Een passende oplossing voor dit probleem is een groenvoorziening die steun behoeft. Bij voorbeeld een klimop tegen een gaaswerk. Gelet op onder meer de verkeersveiligheid is het uitsluitend toegestaan om 1 m achter de voorgevelrooilijn een groendrager te plaatsen. Dit wordt nader toegelicht in de hieronder getoonde figuren.
Bijlage 2