**1..** Bij buitenschoolse opvang vindt de opvang plaats in groepen, met
dien verstande dat een basisgroep uit ten hoogste twintig kinderen
bestaat in de leeftijd van vier jaar tot de leeftijd waarop het
basisonderwijs voor die kinderen eindigt.
**2..** In afwijking van het eerste lid kan een basisgroep, voor kinderen in
de leeftijd van acht jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs
voor die kinderen eindigt, bestaan uit ten hoogste dertig kinderen.
**3..** Bij buitenschoolse opvang bedraagt de verhouding tussen het aantal
beroepskrachten en het feitelijk aanwezige aantal kinderen ten
minste één beroepskracht per tien kinderen.
**4..** Bij buitenschoolse opvang voor kinderen in de leeftijd van acht jaar
tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt
in een basisgroep met ten hoogste dertig kinderen, bedraagt de
verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het feitelijke
aantal aanwezige kinderen, in afwijking van het derde lid, ten
minste twee beroepskrachten, waarbij de beroepskrachten bij hun
werkzaamheden worden ondersteund door een andere volwassene.
**5..** Indien kinderen bij (spel)activiteiten de basisgroep verlaten, is
het eerste of tweede lid niet van toepassing.
**6..** Bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen, besteedt de
houder in het pedagogisch beleidsplan aantoonbaar extra aandacht aan
de omgang met de basisgroep.
**7..** In afwijking van het derde of vierde lid kunnen voor en na de
dagelijkse schooltijd alsmede gedurende vrije middagen voor ten
hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten worden ingezet,
met dien verstande dat ten minste de helft van het aantal
beroepskrachten wordt ingezet. Op vrije dagen of tijdens de
schoolvakanties kan, indien per dag ten minste tien aaneengesloten
uren buitenschoolse opvang wordt geboden, de in de vorige volzin
bedoelde afwijkende inzet van beroepskrachten ten hoogste drie uur
bedragen, met dien verstande dat ten minste de helft van het aantal
op grond van het derde of vierde lid vereiste beroepskrachten wordt
ingezet en de afwijkende inzet niet plaatsvindt tussen 9.30 uur en
12.30 uur en 15.00 uur en 16.30 uur. Artikel 3, tiende lid, tweede
volzin, is van overeenkomstige toepassing.
**8..** Indien op grond van het zevende lid slechts één beroepskracht in het
kindercentrum wordt ingezet, dient ter ondersteuning van deze
beroepskracht ten minste één andere volwassene in het kindercentrum
aanwezig te zijn.
**9..** Indien ingevolge het derde of vierde lid slechts één beroepskracht
in een kindercentrum aanwezig is, dan dient de ondersteuning van
deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van
calamiteiten te zijn geregeld.
Paragraaf 2.
Artikel 4.
Buitenschoolse opvang
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen kinderopvang en peuterspeelzalen Delft 2012