Naar hoofdinhoud
Eerste lid De gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, worden in vier categorieën onderscheiden. Hierbij is de ernst van de gedraging het onderscheidend criterium. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging concretere gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid. De gedragingen die in dit artikel worden genoemd zijn minder concreet omschreven dan in het Maatregelenbesluit. De reden hiervoor is dat de WWB, in tegenstelling tot de Abw, volstaat met een algemene omschrijving van de plicht tot arbeidsinschakeling. De concrete invulling van de verplichtingen dient zoveel mogelijk te worden afgestemd op de mogelijkheden van de individuele bijstandsgerechtigde. De eerste categorie betreft de formele verplichting om zich als werkzoekende in te schrijven bij UWVWerkbedrijf en ingeschreven te blijven, onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard en de verplichting van het uitvoeren van de tegenprestatie. De tweede categorie betreft de verplichting tot een actieve opstelling op de arbeidsmarkt, de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende om bijvoorbeeld voldoende te solliciteren en te voldoen aan een oproep. Ook valt hieronder het eenmalig of gedurende een korte periode niet meewerken aan het re-integratietraject. In de derde categorie gaat het om gedragingen die direct een aanleiding vormen tot een beroep op een uitkering of het zonder noodzaak langer voortduren daarvan. Het gaat hier om het stellen van verantwoorde beperkingen ten aanzien van de aanvaardbare arbeid en om gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling verminderen. Voorbeelden hiervan zijn negatieve gedragingen bij sollicitaties en het meermalen niet of helemaal niet meewerken aan het opgesteld trajectplan waaronder ook sociale activering verplicht kan worden gesteld. De vierde categorie betreft het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid alsmede door eigen toedoen voorafgaand aan de aanvraag algemeen geaccepteerde arbeid niet behouden dan wel tijdens het verlenen van de uitkering deeltijdarbeid niet behouden. Lid 1 vierde categorie onderdeel d: inspanningen jongeren in de eerste vier weken na de melding. De plicht tot arbeidsinschakeling geldt vanaf datum melding (zie artikel 9 lid 1 WWB). Specifiek voor personen jonger dan 27 jaar geldt dat zij worden beoordeeld op hun inspanningen in de eerste vier weken na de melding (artikel 43 lid 4 en 5 WWB). Is geen enkele inspanning verricht dan bestaat op grond van artikel 13 lid 2 onderdeel d WWB geen recht op bijstand. Zijn er wel inspanningen verricht maar naar het oordeel van het college onvoldoende, dan kan het college de uitkering verlagen. Tweede lid Op grond van artikel 20, vierde lid, van de IOAW en artikel 20, vierde lid, van de IOAZ, kan het niet voeren van verweer door belanghebbende of het instemmen van de belanghebbende met een beëindiging op verzoek van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werkgever niet worden aangemerkt als een van de volgende situaties, waarop een maatregel zou kunnen worden gebaseerd: aan de beëindiging van de dienstbetrekking ligt een dringende reden ten grondslag; de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat er zwaarwegende bezwaren aan de voortzetting ervan verbonden zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel