Het eerste lid heeft betrekking op verschillende gedragingen van een bijstandsgerechtigde die (min of meer) gelijktijdig plaatsvinden. In dat geval is de afstemming gebaseerd op de gedraging waarop de zwaarste maatregel is gesteld.
Het tweede lid gaat over de van schending van meerdere verplichtingen door één gedraging. In dat geval dient voor het toepassen van de maatregel te worden uitgegaan van de verplichting waarop voor schending ervan de zwaarste maatregel van toepassing is.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 9.