In dit reglement wordt verstaan onder:
ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van
gevaarlijke stoffen over de binnenwateren;
afvalstoffen: scheepsafval, ladingresiduen, vloeibare of vaste
afvalstoffen die ontstaan bij het schoonmaken van een
schip;
bijlage: bij dit reglement behorende bijlage;
boeienspan: ligplaats met het kenmerk dat het schip vanaf het
voor- of achterschip op een of meer boeien of palen kan afmeren,
waarbij het schip gemeerd ligt zonder enig contact met overige
havenafmeervoorzieningen;
brandbare vloeistof: een vloeistof met een vlampunt dat lager
ligt dan,of gelijk is aan 100 graden Celsius en uitsluitend een
brandbare eigenschap heeft;
bootman: degene die in de uitoefening van zijn beroep een
zeeschip vast- of losmaakt;
brandstofolie: elke olie die wordt gebruikt als brandstof voor
de voortstuwings- of hulpwerktuigen van schepen;
bunkercontrolelijst: bunkercontrolelijst, als bedoeld in de
ISGOTT;
bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een
bunkerschip naar een zeeschip;
bunkerschip: tankschip gebruikt voor het bevoorraden van schepen
met brandstofolie of smeerolie;
combinatietankschip: zeeschip, ingericht om afwisselend
onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen
vervoeren;
droogmaken: openstaande ladingtanks laten drogen of ventileren
nadat deze met water zijn gewassen of op een andere wijze
voldoende zijn schoongemaakt;
gasdeskundige: gasdeskundige als bedoeld in de
Arbeidsomstandighedenregeling, of een medewerker van de Divisie
Havenmeester van Havenbedrijf Rotterdam N.V., die daartoe door
of vanwege dat bedrijf is opgeleid;
Havenbeheersverordening: Havenbeheersverordening Papendrecht
2011;
ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van
scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van
schadelijke stoffen;
overslag: laden of lossen van lading in of uit een schip;
RCLZ: Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart;
schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de
Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of
worden genoemd;
schoonmaakcertificaat: door een gasdeskundige afgegeven
certificaat, waaruit blijkt dat de ruimten binnen de ladingzone
van een schip die ladingresten van een onverpakte gevaarlijke
stof bevatten of laatstelijk hebben bevat, voldoende zijn
schoongemaakt;
schoonmaakschip: schip dat ingericht is om ruimten, tanks of
andere plaatsen aan boord van een ander schip, die schadelijke
of gevaarlijke stoffen bevatten, schoon te maken;
schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt
met het gasvrij, schoon-, of droogmaken van een tankschip;
sloptank: tank aan boord van een schip bestemd voor het houden
van al dan niet met water vermengde ladingrestanten van
schadelijke, brandbare of andere gevaarlijke vloeistoffen
(slops);
smeerolie: elke vloeistof bestemd voor smering van machines aan
boord van schepen;
vlampunt: vlampunt, bepaald met het toestel van
Pensky-Martens.